Over groei, duurzaamheid en geld

Auteur: Bert El Chaotico

Audio Lezing  Bart Vander Vennet 14 november voor Economania (MP3, 39 Mb download)

Slides Lezing Bart Vander Venner 14 november voor Eonomania

Groei en duurzaamheid

We moeten blijven groeien. Al werd er, voordat de financiële crisis uitbrak, af en toe geopperd dat we eigenlijk minder zouden moeten consumeren om duurzamer te worden (“consuminderen” werd dat genoemd). Dit is nodig om de draagkracht van de aarde niet te overschrijden. De ecologische voetafdruk van de gemiddelde Belg ligt hoger dan de aarde kan dragen indien iedereen zou leven als ons. Maar wat blijkt nu, om de crisis te overwinnen moet het consumentenvertrouwen naar boven, zodat de consumptie kan toenemen, zodat de werkgelegenheid stijgt, zodat de productie zal stijgen, zodat onze export zal toenemen, opdat we meer kunnen importeren om meer te kunnen consumeren en produceren.

Wat een pijnlijke situatie… Blijkbaar moeten we blijven groeien, al zien we dat dit in tegenspraak is met de voorwaarden om ons milieu niet om zeep te helpen. Sommigen hebben als verklaring het groeiende materialisme en individualisme in onze maatschappij, of de verbroken verbinding tussen cultuur en natuur, of de nood van het kapitalisme om te blijven groeien. Voor sommige economen is dit zelfs evident: we moeten groeien en we zúllen ook blijven groeien wegens de ongebreidelde technologische vooruitgang. Een krimp van de economie zou daarbij zelfs een ramp kunnen betekenen.

Geld

Van waar komt dan toch die obsessie met groei? Laten we even stilstaan bij de economische theorie, aangezien ons economisch systeem, dat groei oplegt, blijkbaar de oorzaak is van de afweging (trade-off) tussen milieudoelstellingen en sociale doelstellingen. We zullen ons meer bepaald focussen op het geldsysteem. Wat is geld? Misschien hebben we te weinig bij deze vraag stilgestaan, toen we maatregelen namen om via politieke instrumenten de vernietiging van het milieu tegen te gaan.

Geld is een contract tussen 2 actoren die iets verhandelen met elkaar. Hierbij is reciprociteit het principe: “ik doe iets voor jou, jij doet iets voor mij”. Goed, dit waarschijnlijk niet zo’n wereldschokkend inzicht, maar hetgeen wel belangrijk is, is dat wij aan ons gebruikte geld verschillende extra eigenschappen geven:

• Geld is gebaseerd op schuld

• Voor die schuld wordt er een interest gevraagd

• Het is geld dat virtueel niet bestaat, aangezien banken slechts 10% in bezit hebben van hetgeen ze uitgeven

Fractional_reserve_banking_20percent_100base

Hoe 100 dollar van de centrale bank wordt opgeblazen door leningen waarbij slechts 20% van het uitgeleende geld echt in deposito is. 400 dollar wordt door de commerciële banken virtueel gecreëerd volgens het principe van fractional- reserve lending.

Bron:  http://en.wikipedia.org/wiki/Fractional-reserve_banking

Ik zal mij nu focussen op de tweede eigenschap, aangezien deze zo enorm belangrijk is. Ten eerste zorgt interest ervoor dat het geld dat wij gebruiken kunstmatig schaars wordt gehouden. Dit kan het best als volgt verduidelijkt worden: indien je van een bank 100 euro leent, moet je 105 terug geven. Je moet dus extra inspanningen doen om aan die 5 extra euro te raken. Op het moment dat je 100 euro leende, was die 5 extra euro nog niet in het systeem. Dit creëert een kunstmatige schaarste aangezien je toch aan die extra 5 euro moet geraken (Lietaer). Ten tweede zorgt het systeem voor een vergroting van de kloof tussen armoede, aangezien diegenen die het geld hebben ervoor beloond worden, en diegenen die het niet hebben ervoor moeten betalen (Lietaer). Ten derde zorgt interest voor een druk om te groeien. Indien die groei groter is dan de groei van het natuurlijke kapitaal (bossen, waterreserves, grondstoffen), zal deze het natuurlijke kapitaal bedreigen (Voinov en Farley).

Interest is hierbij niet zo’n vaste bepaling. Van wat hangt die interest af? Sommigen linken dit aan de inflatie (hoewel dit ook een gevolg is van het feit dat banken meer geld in omloop brengen dan dat ze werkelijk in kas hebben), anderen zeggen dat dit een compensatie is van de risico’s om je geld aan iemand te lenen (zal die terug betalen?), nog anderen zeggen dat interest komt doordat mensen moeten gecompenseerd worden voor uitgestelde consumptie. Wat er ook van zij, het blijkt dat interest uitgezet op een periode een parabolisch verloop heeft (Voinov en Farley). Dit betekent dat naarmate het langer duurt tegen dat je investering wordt terugbetaald, je interestvoet zal stijgen tot een bepaalt punt. Maar, en nu komt het interessante, op een bepaald punt begint deze terug te dalen! Mensen geven dan weer terug meer waarde aan een verre toekomst. Investeringen voor een volgende generatie hoeven niet in dezelfde mate gecompenseerd worden als voor investeringen binnen een kortere termijn.

Een sociale constructie in plaats van natuurwet

Deze interest is dus een kwestie van afspraak, het huidige systeem werd ingevoerd in de pre-victoriaanse tijd, net voor de industriële revolutie. Deze maatregel had als gevolg dat er een enorme concentratie van welvaart kwam en gigantische investeringen konden gedaan worden. De negatieve gevolgen zijn ook gekend: een enorme kloof van armoede tussen het proletariaat en de patroons. Dit is telkens opgelost door een herverdeling van welvaart via sociale zekerheid en belastingen. Enkel aan het interestprincipe werd nooit geraakt. Het is een vast gegeven geworden, ondanks het feit dat geld dus een menselijke uitvinding is, want geld is niet gebonden aan natuurwetten. En dit is de pijnlijke leemte in vele discussies die nu gevoerd worden. Geld en economie worden als vast gegeven beschouwd en niet als constructies die telkens kunnen vernieuwd worden als blijkt dat ze niet werken.

Aan de pre-victoriaanse tijd en de industriële revolutie, hangt ook het cartesiaans denken vast (of reductionisme, “what’s in a name”). Deze wereldbeschouwing claimde dat alle delen onafhankelijk van elkaar kunnen bekeken worden. De verzameling van de deeloplossingen zal voor de oplossing zorgen van het grotere geheel. De mens is een rationeel wezen dat zijn eigen voordelen zoekt, een onafhankelijk individu en economie is de som van deze individuen. Die homo economicus wordt steeds meer bekritiseerd door gedragseconomie en complexiteitstheorie. Mensen zitten veel ingewikkelder in elkaar dan deze 2 eeuwen oude assumpties.

Wat is dan de mens binnen een economie?

Tim Jackson schrijft dat de mens op verschillende vlakken verschillende aspecten kan tonen. Van egoïsme naar collectivisme. Ook Lietaer beschrijft de mens als yin en yang, gebaseerd op de oosterse filosofie. Ook Philip Zimbardo, sociaal psycholoog beweert dat mensen noch goed of slecht zijn. Ze worden in hoge mate beïnvloed door externe factoren. Wat gebeurt er dan als onze samenleving steeds meer geëconomiseerd wordt en dit middel tot reciprociteit (of samenwerking) eigenlijk kunstmatig schaars wordt gehouden? Samenwerking verloopt steeds moeilijker, terwijl sommige producten of zaken eigenlijk niet schaars hoeven te zijn (denk maar aan kennis). Een geldsysteem dat zijn oorsprong kent in een individualistisch mensbeeld en de sociale eigenschappen van mensen verwaarloost zal op langere termijn heel wat vernietigen.

Volgens Lietaer is ons huidig geldsysteem een systeem dat vooral het “yang” aspect hanteert: continue destructie om zichzelf te vernieuwen en terug te groeien, terwijl het yin aspect (traditie bewaren en samenwerking) dus helemaal niet behandeld wordt. Het gevolg van yang geld is bijvoorbeeld is dat dit geld wordt gebruikt voor de meest winstgevende initiatieven, aangezien je een schaars product op de beste manier wil gebruiken. Dit betekent dat initiatieven die even noodzakelijk zijn, maar daarom niet het meest winstgevend (bijvoorbeeld sociale projecten) moeilijker toegang krijgen tot dit reciprociteitsmiddel. Het sociaal kapitaal wordt dus langzaam afgebroken voor winstgevender initiatieven, wat perfect logisch is in ons huidige marktsysteem.

Maar wat als er nu eens een geldsysteem bestond die niet schaars is? Zou er dan niet meer mogelijkheden kunnen gecreëerd worden voor meer samenwerking tussen mensen? Zou dit een uitweg kunnen bieden aan ons groeimodel? Het is momenteel een theoretische vraag, maar het goede is dat een gehele transformatie van ons huidige systeem niet nodig is. We moeten met andere woorden het huidige geldsysteem niet afschaffen. Het is namelijk veel beter om, “naast het interest geld”, heel veel verschillende geldsystemen te hebben, één om de vergrijzing op te lossen (zie project Japan), één om sociale cohesie op te lossen en misschien kunnen we duurzame landbouwinitiatieven om deze manier promoten?

Van sommige van deze voorbeelden bestaan er succesverhalen. Andere moeten nog opgestart worden en vele andere initiatieven mislukken. Maar zo lang onze huidige monetaire constructie niet bediscussieerd wordt, zullen vele maatregelen gedoemd zijn om te mislukken.

Bronnen

Bernard Lietaer, Currency Solutions for a Wiser World

Voinov, A. and J. Farley. 2007. Reconciling Sustainability, Systems Theory and Discounting. Ecological Economics

Herman E. Daly, Joshua Farley, Ecological Economics: Principles And Application

Ernst Fehr, Simon Gächter,  2002, Altruistic punishment in humans

Zie ook

Wikipdia: Ecological Economics

Over de krisis van het kapitalistisch systeem videos en grafieken

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s