Wat doet een gated community in Heernis, Gent?

Leestijd: 10 minuten

Het verhaal van de gated community

Eind de jaren negentig was het bejaardentehuis, bekend als het Lousberg Gesticht in Heernis, uitgeleefd. Het OCMW zette een nieuw gebouw en verkocht het in 1999 in twee delen. De voorbouw, werd verkocht aan een projectontwikkelaar die er burelen en luxueuze lofts van maakte. Men had er evengoed sociale woningen kunnen in onderbrengen, want die zijn er veel te kort. Voor de achterbouw en het aangrenzend park werd geen koper gevonden. Het is duidelijk dat de opsplitsing van het gebouw voorgesneden brood was voor projectontwikkelaars.

Lousbergs gesplitst langs rode stippellijn

Maar aanvankelijk wist de Stad Gent niet goed wat aanvangen met de achterbouw. Over het grote park werden allerlei ballonnetjes opgelaten. Parking, groen… De buurtbewoners wisten maar al te goed wat ze wilden. Ze wilden groen en een speelplein voor hun kinderen. Uiteindelijk kreeg de buurt haar park. In 2005 werden de werken gestart. In de achterbouw kwam een buurtcentrum en een jeugdcentrum. Het heeft wel in totaal 12 jaar geduurd voor alles afgewerkt was. De kinderen van de actievoerders waren al volwassen bij realisatie. Een aantal gezinnen met kinderen had ondertussen ook andere oorden opgezocht. Het verzet was gebroken.

Bij de achterbouw hoort een binnentuin die aan de westkant grenst aan de lofts verder ingesloten is door een galerie. Men had die evengoed kunnen afbreken en die binnentuin toevoegen aan het park, maar men heeft de galerie laten staan en de toegangsdeur vanuit het omliggende park gaat op slot als het buurtcentrum niet open is. Als argument zegt men dat de binnentuin en de galerie beschermd erfgoed is, maar dat klopt niet, enkel de afgesplitste voorbouw is beschermd zoals je kan zien in de inventaris van het onroerend erfgoed.

 

Lobbyen op ‘t Stadhuis

Geert Versnick VLD schepen van stadsontwikkeling was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de ganse Lousbergsite. Sogent voor de planning en uitvoering nadat alle strategische beslissingen – de opsplitsing – reeds genomen waren. In 2011 werd het park geopend. Maar het Buurtcentrum met feestzaal was nog maar pas geopend of er duikt al protest op, nu niet van de buurtbewoners, maar van eigenaars van de luxueuze lofts, waar de multifunctionele zaal tegenaan leunt. Nachtlawaai.

De syndicus van het gebouw Bleyenberg wordt ingeschakeld en deze spreekt VLD gemeenteraadslid Carl De Decker uit Oostakker aan. De VLD zorgt niet alleen voor luxueuze woningen voor zijn kiezers, ze blijft die ook door dik en dun verdedigen achteraf. Carl De Decker brengt het probleem op de Gemeenteraad. Lobbyen is het nieuwe cliëntelisme. Uit de correspondentie blijkt het niet alleen over nachtlawaai te gaan maar de loftbewoners vinden dat ze ook overdag gestoord worden. Wat is het probleem? Spelende kinderen. Schepen Balthazar (SPA), schepen verantwoordelijk voor buurtwerking, belooft dat na 10h geen lawaai meer zal gemaakt worden. Maar dat antwoord zint Bleyenberg niet. Wij citeren uit het bericht op de site van de Gentse VLD:

“Hierop reageerde de heer Bleyenberg op 30 april per e-mail, waarin hij de excuses van de jeugdcoördinator [van VZW Jong n.v.d.r.] als ontoereikend bestempelde. Daarnaast deed hij melding van nieuwe feiten van overlast, ditmaal wegens het verscheidene malen afgaan van het alarm in het buurtcentrum.”

Dat men protesteert tegen nachtlawaai is terecht, maar dat men dit conflict als chantage gebruikt om ook de kinderen te bannen is wraakroepend. Jeugdwerkers en buurtwerkers worden net niet gestalkt. Intussen is VZW Jong uit het gebouw en dus uit de binnentuin verdwenen. Tegenwoordig zijn de instructies van het buurtcentrum dat er niet op het gras mag gelopen worden als je er toch komt.

Als in 2015 buurtbewoners vragen om te mogen tuinieren in de binnentuin krijgen ze meteen het fiat van schepen Resul Tapmaz, op dat moment verantwoordelijk voor buurtwerking, maar gaat schepen Baltazar, nu verantwoordelijk voor de Groendienst dwars liggen. Of het een met het ander te maken heeft is niet duidelijk. We kunnen het de schepen niet meer vragen, hij nam ontslag toen aan het licht kwam dat hij excessieve zitpenningen ontving in de Publipart affaire. Na een handtekenactie in de buurt mag de Lochtingen toch tuinieren, maar enkel in bakken op de verharde rand van de binnentuin. De binnentuin dat is een museum voor perelaars. De Groendienst zendt zijn suppoosten uit. Tussen haakjes de veel oudere appelaars en perelaars op de Bijlokesite staan niet achter slot en grendel.

De binnentuin, publiek domein, is intussen in de praktijk een privétuin geworden. Tot 2017 was hij slechts 4 halve werkdagen per week toegankelijk, enkel in de voormiddag langs een zij ingang op het einde van die galerie. Tijdens de Gentse Feesten en andere vakanties, als het buurthuis dicht was kwam je er sowieso niet in. Druk van de buurtorganisatie de Lochtingen heeft daar verandering in gebracht. Sedert 2017 is de tuin wel alle werkdagen van de week toegankelijk, maar ook weer enkel tijdens kantooruren. De buurtwerkers/suppoosten moeten een oogje in het zeil kunnen houden.

Privileges van de hogere middenklasse

Natuurlijk gingen de eigenaars van de luxe lofts op den duur die tuin als hun eigen tuin beschouwen, alhoewel hij werd onderhouden door de Groendienst en de aangelanden op de benedenverdieping al een klein tuintje hadden. In die binnentuin staan zestien oude perenbomen, 80 jaar oud. De bewoners van de lofts oogstten aanvankelijk wat ze konden opeten maar de rest bleef liggen op de grond en begon natuurlijk te rotten en te stinken. De Groendienst moest dat dan maar opruimen. Vanaf 2013 werd ook daar een oplossing voor gevonden. Een van de organisaties uit de Macharius buurt met nogal wat vrijwilligers, de Buren van de Abdij, ging alle peren plukken en er perensap van maken. Maar een van de aangelanden protesteerde hiertegen. Het waren hun peren.

Dat het hier duidelijk om privileges gaat, wordt ook duidelijk bij het volgend conflict. De Lochtingen die zes teeltbakken had geplaatst om te tuinieren aan de rand van de perenboomgaard werd de nieuwe schietschijf. De lofteigenaars hadden duidelijk problemen met die bakken. Twee gezinnen in de lofts werden geïnterviewd. Allebei klaagden over hun uitzicht op de Perenboomgaard. Die betonstenen bakken, lelijk. De intentie van de Lochtingen was om er panelen rond te zetten en ze te laten beschilderen door de kinderen uit de buurt. Maar dat werd afgeblokt door tussenkomst van het buurtcentrum. Daarop eiste de Lochtingen om de perenboomgaard 7/24 toegankelijk te maken en gingen ze praten met de loftbewoners. Maar die zagen dat totaal niet zitten. Vrees voor vervuiling, lawaai van spelende kinderen, inbrekers, kattenkwaad, vandalisme… wat ze allemaal niet bedachten om de huidige toestand te behouden.

Zelfbevloeiende teeltbak met groenten gerealiseerd door de Lochtingen (Ourdia T.)

Nu die argumenten konden konden vrij gemakkelijk weerlegd worden, want aan het park buiten de rotonde grenzen nog wel meer tuintjes, enkel beschermd door een haag en toch is het park ‘s nachts vrij toegankelijk en van op de straat niet zichtbaar. Bereden patrouilles moet je er niet vrezen. En daar is op zes jaar tijd nog nooit iets gebeurd. Er is wat jongerenvandalisme geweest aan de schalies waarmee een muur aan de ingang bekleed was. Maar die kwetsbare constructie is intussen vervangen door een robuustere bekleding. Dat was alles, verder niets. De argumenten van de eigenaars konden dus een voor een weerlegd worden. Het is natuurlijk ook de ontwaarding van hun eigendom die de loftbewoners parten speelt.

In het verhaal van de Lochtingen valt ook het verzet tegen democratische procedures op. Een loftbewoner stelde letterlijk op een bijeenkomst:

“Je kan toch tuinieren zonder democratie ook.”

Nu als het bij dat ene incident was gebleven was er nog geen kalf verdronken, maar het werd een aaneenschakeling van dat soort incidenten. De afgesproken basisdemocratie werd ondermijnd door een gevecht voor dominantie. Achterbaksheid en kleptomanie verborgen achter een gevel van deftigheid.

Intussen blijft de buurtwerking onwrikbaar als het over de 7/24 toegang gaat, een eis van de Lochtingen. Het is altijd hun bedoeling geweest er een gemeenschapstuin van te maken en dat is niet mogelijk als hij enkel toegankelijk is als de meeste mensen moeten werken. Leden van de Lochtingen mogen intussen niet meer in de bakken telen die ze zelf opgebouwd hebben. Ze hebben hun sleutel moeten afgeven.

Een groepje herenhuisbewoners, die allemaal al een eigen tuin hebben, teelt er nu kruiden onder leiding van het buurtcentrum. De diversiteit is ver zoek. Maar een gemeenschapstuin is het dus nooit geworden wel een ‘gated community’. Er waren in de periode waarover dit gaat heel wat personeelswisselingen in het buurtcentrum op Heernis. Het functioneerde niet echt in 2016. Maar mijn kritiek, die in een volgend artikel uitgebreid aan bod komt, gaat niet over disfuncties, maar over het systeem van stedelijke buurthuizen dat de onafhankelijke, niet door de stad geregisseerde buurthuizen eind de jaren tachtig verving toen Vlaanderen de subsidies ervan stop zette. Het beleid rond de binnentuin komt niet van de buurtwerking, het komt van boven, van mensen die zich niet moeten en willen verantwoorden.

De farce van de “Sociale mix” bij Stadsontwikkeling

Met als argument ‘sociale mix’ heeft men luxueuze appartementen in de volkswijk Heernis ingeplant. Pascal Debruyne omschrijft het discours rond sociale mix het als volgt:

“De overtuiging is niet alleen dat de sociale mix de fiscale en financiële draagkracht van de stad vergroot, maar dat armoede en de hardnekkige sociale problemen in achtergestelde wijken bovendien zullen worden verholpen. (…) Dit sociale mix model gaat er namelijk van uit dat armen er automatisch sociaaleconomisch op vooruitgaan door de komst van middenklassegezinnen.” (Pascal Debruyne, 2009, p. 35)

Maar stelt Van Bouchoute:

“De gedachte dat de loutere ruimtelijke nabijheid van lagere en middenklasse automatisch een ‘sociale mix’ zou veroorzaken, is sociologisch naïef: eerder dan sociale convergentie, valt sociale, culturele én ruimtelijke segregatie te verwachten. Bovendien zijn de sociale effecten van sociale mix helemaal niet zo positief. (Lees, 2008):

– weinig sociale cohesie en transfer van sociaal kapitaal: de nieuwe kosmopolitische middenklassers bouwen vooral netwerken op met andere middenklassers. Gentrifiers dissociëren zichzelf van armere bewoners en zetten zelf een spiraal naar meer gentrificatie in gang (Uitermark, Duyvendak, & Kleinhans, 2007).

– weinig sociale mobiliteit: voor bewoners van lagere klassen betekent sociale mix een nieuwe aanpassing aan de normen, leefstijl… van de middenklasse, de ‘natuurlijke en normale categorie’ in de stad.

– afbraak van sociaal netwerk en voorzieningen: kwetsbare bewoners verliezen een beschermende omgeving in de wijken tegenover de asymmetrische machtsrelaties die ze buiten hun buurt ondergaan. De ene vorm van sociaal kapitaal wordt vernietigd om een andere op te bouwen.” (Van Bouchhoute, 2013, p. 12)

Tenslotte wijst Atkinson op een tegenstrijdigheid in het beleid van stadsvernieuwing (Atkinson, 2006, p. 831). Overheden voeren een beleid voor ‘integratie’ in armere wijken, maar faciliteren tegelijk segregatie voor de welvarende stadsbewoners met vormen van apart residentiëel wonen en gated communities.

In de 19de eeuw pleite de Engelse Octavia Hill voor sociale mix om de arbeidersklasse haar slechte manieren af te leren. Als arbeiders meer zouden worden geconfronteerd met de middenklasse of burgerij, dan zouden zij hun goede manieren overnemen en zich ook kunnen opwerken in de maatschappij (Bervoets & Loopmans, 2010, p.20). Na de eerste wereldoorlog verdwijnt die gedachte om weer haar kop op te steken na de tweede wereldoorlog, maar dan in verband met etnische mix in de VS. Volgens sociaal geograaf Loopmans vinden we die integratiegedachte tot vandaag terug in het debat, zeker als het over etnisch culturele minderheden gaat.

“Als zij niet allemaal samen zouden gaan wonen, zouden ze zich sneller integreren en onze normen en waarden overnemen.”

De verhoopte doelstellingen worden echter niet bereikt (Op. Cit. p. 22-24). Het is gewoon denigrerend en zelfs contraproductief want opgedrongen sociale mix creëert meer ongelijkheid op microniveau. De ervaring van grotere ongelijkheid confronteert mensen met statusverschillen. Zowel rijk als arm wordt aangetast door statusangst. Iedereen voelt zich bedreigd door voortdurende sociale evaluatie. Voor de grote meerderheid echter is een hoge status onbereikbaar. Verlegenheid, schaamte, schuldgevoelens zijn levensbepalende ongemakken maar ze leiden ook regelmatig tot depressie of erger. De sociaal economische topklasse daarentegen, die meestal zijn hoge status te danken heeft aan zijn afkomst put zich uit in zelfverheerlijking en narcisme. Ze verwarren dominantie met leiderschap en gedragen zich als psychopaten volgens Richard Wilkinson en Kate Picket. Het verzwakt sociale cohesie:

“Inequality and the accompanying increase in status competition, seem to have created a culture where ‘greed is good’, risk-taking admired, and domination mistaken for leadership. In such a climate, it is perhaps no wonder that individuals with a personality disorder characterised by lying, manipulation, deceit, egocentricity and callousness can often be found working their way up to the top of modern corporate structures instead of being shunned” (Wilkinson & Picket, 2017, p. 10).

In het eerder beschreven voorbeeld zagen we het resultaat. In de wijk Heernis leiden de ingrepen van de stad tot frustratie, conflict en verdringing. Hier was sociale mix ook pure ‘window dressing‘ om een deal met vastgoedontwikkelaars te camoufleren. Want dat is wat er werkelijk gebeurd is. De prijzen van de koopwoningen zijn tussen 2000 en 2016 met 189 procent gestegen en de huurprijzen zijn verdriedubbeld. Voor meer detail zie “Broeder Jacob slaapt gij nog?“.

 

De Heernis buurt

De Heernisbuurt wordt begrensd door de Gentse binnenring die een bocht maakt van het noordoosten naar het zuidoosten, de Visserijvaart in het westen en de Kasteellaan in het noordwesten. Uit cijfers in de buurtmonitor kan je opmaken dat het een dicht bebouwde buurt is met merkelijk meer appartementen dan in de rest van Gent. De bebouwingsgraad is er 36,5%. In de buurt ernaast, Macharius, nochtans meer centraal gelegen, is die duidelijk lager, 31,9%. Heernis, oorspronkelijk een gemene weide, is een van de stadsuitbreidingsgebieden in de 19de eeuw toen de industrialisatie voor een enorme bevolkingsexplosie zorgde. De bevolkingsdichtheid is 10.175/km².

Over de verhouding tussen de eengezinswoningen met tuin en zonder tuin zijn geen cijfers beschikbaar, maar de grote meerderheid van de huizen zijn arbeiderswoningen zonder tuin. Enkel sommige, maar niet alle herenhuizen op de centrale assen hebben een tuin. Er is dus een nijpend tekort aan open groene ruimte en zuivere lucht. In de straten van Heernis vind je geen bomen, behalve in de Zalmstraat. Toen de straat in de jaren 80 moest heraangelegd worden, eisten de bewoners dat er bomen geplant werden. Ze hebben er goed aan gedaan, want het is de enige straat waar de buren elkaar nog regelmatig ontmoeten. Sedert 2014 is ze omgevormd tot leefstraat. Sedert 2013 is de ‘leefstraat’ in Gent een plek waar het autoverkeer plaats moet ruimen voor groen, speelruimte voor kinderen en meer contact met de buurt. Het was oorspronkelijk een initiatief van het Lab van Troje, maar wordt sedert 2018 ondersteund door het stadsbestuur. Schepen Resul Tapmaz zegt erover:

“Leefstraten blijven co-creatieprocessen waarin bewoners de kans krijgen om, in nauw overleg met stedelijke diensten, zelf tijdelijk de publieke ruimte in hun straat in te vullen. Het is de bedoeling om de sociale samenhang in de Gentse wijken te verbeteren én de dialoog en solidariteit op straatniveau te versterken met ruimte om te experimenteren.”

Maar een leefstraat maakt de lente niet. Heernis is ook een doorgangsbuurt. Het aantal wooneenheden zonder domicilie in Heernis is 28,3% tegenover 21,3% voor gans Gent. 87% van de huizen dateren van voor 1930. Er zijn een aantal opbrengst huizen. Zelfs bescheiden arbeiderswoningen werden heringedeeld per etage om afzonderlijk te verhuren. Daar huizen zowel studenten als arme gezinnen uit de migratie. Huisjesmelkers vonden er opportuniteiten. Er is zelfs een geval van matrassenverhuur ontdekt, maar intussen opgedoekt. Wel is de Stad Gent bezorgd over het uitzicht. Zo kregen eigenaars van de Kasteellaan onlangs een brief in de bus dat ze hun gevel moesten verfraaien. Dat er achter sommige witgeverfde gevels armoede en uitbuiting verborgen zit, wordt zelden opgemerkt. Wie een beetje attent is in de buurt, ziet aan die panden dagelijks de busjes toekomen ‘s morgens om werkmannen/vrouwen op te halen en ‘s avonds weer terug te brengen.

Met meer dan 15% pendelaars buiten Gent is Heernis ook een slaapbuurt. Winkels en Horeca zijn er zo goed als niet meer in Heernis. Er is momenteel nog een café, een superette/benzinestation aan de ring, een wasserette, een apotheek en twee nachtwinkels voor 3.390 inwoners. Om u een idee te geven van de evolutie de laatste 20 jaar, in de jaren negentig waren er nog 4 bakkers, 2 slagers, 2 superettes, 3 cafés, 1 wasserette, 1 schoenmaker en 2 apotheken in de buurt. En om het beeld nog wat troostelozer te maken, het dak van de enige lagere school in de buurt is in 2016 ingestort. Er zijn dus zo goed als geen ontmoetingsplaatsen meer.

 

 

Lees ook ‘Broeder Jacob slaapt gij nog?

 

Bronnen

Atkinson, R. (2006). Padding the bunker: strategies of middle-class disaffiliation and colonisation in the city. Urban Studies, 43 (4), 819-832.

Bertrand, Manon, Boeykens, X., Waerniers, R., Mertens, L., Geysmans, R., & Hustinx, L. (2017). De burger in de wijk: een exploratief onderzoek naar participatie van bewonersgroepen in de wijk Dampoort – Sint-Amandsberg en de relatie van deze bewonersgroepen tot Stad Gent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent, Januari 2017

Coenen, Ad, Bart Van de Putte, (2014), Is gentrificatie meetbaar ?, Vakgroep Sociologie Universiteit Gent, beschikbaar op https://researchportal.be/nl/publicatie/gentrificatie-meetbaar-een-onderzoek-naar-de-meetbaarheid-van-gentrificatie-gent

Stad Gent (2018), Gent in cijfers, Geraadpleegd op 25/5/2015 van http://www.gent.buurtmonitor.be/

Van Bouchaute, B. (2013). Gentrificatie als strategie van stadsvernieuwing? : Gentse stadsvernieuwing in de 19de-eeuwse gordel 2000-2012. Gent: Academia press.

Verschillende auteurs (1988), Van wei tot wijk : ter herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gentse wijk Heirnis, Gent : 100 Jaar Heirnis, 1988

Vlerick, Elias en Georges Allaert (2006), Sociale Mix: Tussen Discours en Realiteit, Dissertatie master in de stedenbouw en de ruimtelijke planning.

Wilkinson, Richard G. & Kate E. Pickett (2017), The enemy between us: The psychological and social costs of inequality, European Journal of Social Psychology, Volume 47, Issue1, February 2017, Pages 11-24

Advertisements

Input:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.