Broeder Jacob, slaapt gij nog?

Gent het linkse eiland in conservatief Vlaanderen volgens Daniël Termont. Maar hoe links is Gent nog met 10% 18-19 jarigen die moeten overleven van OCMW-steun. Gent historisch attractiepark voor toeristen en luxe stad voor de hogere middenklasse, waar zowel een woning kopen als huren onbetaalbaar is geworden. Discriminatie en pesten op school lijken ook in Gent onuitroeibaar. Het aantal schoolverlaters stijgt terwijl het elders daalt. De vraag is ook of dit probleem kan opgelost worden als de leef- en woonsituatie van die schoolverlaters niet verbetert.

We worden hier geconfronteerd met een bizarre paradox. De paarse stadsvernieuwing ingezet eind de jaren tachtig door de sociaaldemocraat Frank Beke en de sociaalliberaal Sas Van Rouveroy, bedoeld om tweeverdieners uit de middenklasse naar de stad te lokken, verbant uiteindelijk een belangrijk deel van die middenklasse uit de stad. De alom door hun beleid geprezen privaat publieke samenwerking en sociale mix schieten hun doel voorbij. We proberen te achterhalen hoe dit komt.

Leestijd 25 minuten

Wel geld voor Ghelamco, veel minder voor sociale woningen

De Stad Gent is hoofdaandeelhouder van WoninGent met een patrimonium van 9.000 sociale woningen, twee derden van het totaal aantal sociale woningen in Gent. In 2017 investeerde de stad 10 miljoen € extra in WoninGent maar dat is een peulschil als je weet dat een derde van de sociale woningen in Gent dringend gerenoveerd moet worden. In de Bernadettewijk ontdekte een VRT ploeg, dat zeven sociale woningen verhuurd werden, die ongeschikt waren verklaard. Het ganse plaatje is ook wat complexer schreef Steven Vanden Bussche al in Apache.

Maar zaak is dat de stad wel 38,8 miljoen € in de Ghelamco arena investeerde. Dat er bij de bouw van dat stadium ook gefoefeld is volgens Ignace Vandewalle, is schandalig, maar dat geld verspild wordt aan een stadium voor een spelletje waar vedetten miljoenen lopen te verdienen, terwijl gezinnen in ongezonde huizen zitten te verkommeren, is pas een echte schande. De problemen in de Bernadettewijk zijn echter slechts het topje van de ijsberg, want een derde van de sociale woningen in Gent is aan renovatie toe en bovendien is er enorm tekort aan betaalbare woningen in gans Gent. De reactie van de bewoners van de Bernadettewijk liegt er ook niet om:

“Op televisie spreken ze enkel over de zeven woningen die ongeschikt zijn verklaard, maar zeker drie kwart van de woningen hier zijn zo vort als iets.”

Hoe komt het dan dat er aanvankelijk “maar” 7 woningen ongeschikt zijn verklaard?

“Om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te laten verklaren, moet je als bewoner zelf alles in gang zetten. De stad zou dat ook kunnen, maar dat doen ze hier niet. En veel mensen doen dat niet, uit angst om nergens anders terecht te kunnen of omdat ze gewoon niet weten dat ze dat kunnen doen.”

Het is trouwens niet alleen in de sociale sector dat bescheiden woningen ondermaats zijn, ook de minstens dubbel zo dure privéverhuur, voldoet dikwijls niet aan de vereisten, maar ook daar durven de bewoners niet klagen uit schrik voor repercussies.

Het stadsbestuur zei in 2012 naar 20% sociale woningen te willen gaan. Het aandeel sociale woningen in Gent is echter op 12% blijven hangen. Bovendien staan er meer dan 11.648 mensen op de wachtlijst voor sociale woningen in Gent. Het totale aantal sociale woningen is er gedaald. De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen telde er in 2012 nog 14.556. In 2017 zijn er maar 14.116 meer, of 440 minder. En daarvan staat dan nog ongeveer een op de tien leeg.

GE_soc_woningen

Evolutie sociale woningen in Gent

Het kartel SP.a-Groen belooft in haar programma ‘Gent is was we delen’ 90 miljoen € te investeren in betaalbare en energiezuinige huurwoningen, met bijzondere aandacht voor mensen met een bescheiden budget en voor gezinnen met kinderen. WoningGent berekende echter dat er de komende jaren 550 miljoen € nodig is om gans haar patrimonium te renoveren.

Systeem paraplu

Volgens schepen Taeldeman (SP.a) zijn er twee grote verklaringen voor de malaise (Nieuwsblad, 26/09/2017). De eerste is de sloop van de Rabottorens, die een dip veroorzaakt in het totale aantal sociale woningen in Gent. Daar komen grotere, maar minder appartementen in de plaats. De tweede verklaring – volgens Taeldeman – is dat de Stad bij nieuwe ontwikkelingen de bouwheer niet langer kan verplichten om in 20% sociale woningen te voorzien. Die verplichting werd vernietigd door de Raad van State. Maar zelfs op haar eigen gronden voldoet de stad bij bouwprojecten niet langer aan die verplichting. Nu zijn er projecten van de Stad Gent – zoals Stapelplein of Oude Dokken – waar nul sociale woningen voorzien worden.

Kandidaat burgemeester Coddens (SP.a) schuift de Zwarte Piet door naar de Vlaamse regering, die verantwoordelijk is voor de financiering van de sociale woning sector (vrtNWS, 1/10/2018). Gent krijgt onvoldoende middelen van minister Homans (N-VA) volgens hem. Maar toen de SP.a nog in de Vlaamse regering zat (2009-2014), en met Freya Van Den Bossche zelfs de minister voor Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie aanleverde, werd er evenmin vooruitgang geboekt in de financiering van de sociale woningen. Homans die haar opvolgde maakte van 2014 tot 2017 al meer dan 2,9 miljard € vrij voor de sector. Voor 2018 maakte ze opnieuw 825 miljoen € beschikbaar om te investeren in sociale woningbouw (Bouwkroniek, 15/12/2017). Voor projecten van woninGent was een budget van 122 miljoen € beschikbaar, maar de Stad Gent heeft daar geen gebruik van gemaakt (Het Laatste Nieuws, 3/10/2018).  Volgens Analeen Bossuyt (N-VA) investeerde Homans 53% meer voor sociale huisvesting dan tijdens de vorige legislatuur. Maar deze budgetten zijn renteloze leningen die moeten terugbetaald worden uit de huurinkomsten en daar wringt het schoentje.

De marginaliteit van de sector sociale woningen is het probleem

De sociale woning sector is marginaal in Vlaanderen. De wettelijke norm voor sociale woningen is 9%, maar het werkelijk percentage sociale woningen is slechts 5,6%. Daarmee zitten we ver onder het Europees gemiddelde. Enkel als de markt faalt, is er een vangnet voor de allerarmsten. Deze politiek stigmatiseert de burgers die sociaal wonen (Winters et al., 2007, p. 75). Dit is funest want de sociale huursector trekt dan geen huurders aan die een huurprijs kunnen betalen die voldoet om het patrimonium te onderhouden. Deze huurprijs ligt decretaal vast en wordt bepaald aan de hand van het inkomen van de huurders. De financiering van de sector is zo quasi onmogelijk.

Een aantal maatschappijen hebben zodoende te weinig middelen uit de huur om alles terug te betalen volgens Björn Mallants, directeur van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen. WoninGent is een van de maatschappijen die in de problemen zit. Met het huidig stelsel is de financiering van die afbetaling in alle geval niet verzekerd. In Nederland hebben ze aan het begin van de 20ste eeuw en opnieuw na de tweede Wereldoorlog gekozen voor een massamodel van sociale woningen, gericht op de ganse bevolking. Geen stigma en dus ook geen financieringsproblemen. Hoe de verschillende politieke partijen kansen hebben laten liggen om dit proces te keren, daar komen we nog uitgebreider op terug, maar het komt er op neer dat alle bewindspartijen boter op het hoofd hebben.

Prijzen vastgoed in Gent met 189 procent gestegen sinds 2000

Voor een bestaande woning betaalt men nu in Gent gemiddeld 260.000 euro, voor een nieuwbouw 282.000 euro, en bouwgrond kost 307 euro per vierkante meter. De gemiddelde prijzen voor vastgoed in Gent zijn volgens cijfers van de FOD Economie met 189 procent gestegen sinds 2000. In geen enkele Vlaamse centrumstad zijn de gemiddelde prijzen zo hard gestegen als in Gent. Wie in Gent een instapklaar huis wil kopen, heeft een netto gezinsinkomen nodig van 47.000 euro, blijkt uit een onderzoek van de Stad eind 2016 (Het Nieuwsblad, 07/11/2016). Om u een idee te geven, een gezin waar beide echtgenoten werk hebben met een academische master start met een netto inkomen van 37.000 € volgens berekeningen op basis van de laatste salariscompas. Enkel vanaf de zesde deciel kom je aan 47.000 € netto. Het mediaan netto inkomen in Gent is 17.765 €. Het mediaan tweeverdienersgezin komt dus niet aan die 47.000. Bovendien telt Gent 50% gezinnen met slechts een inkomen, 41% alleenstaanden en 7,6% eenoudergezinnen (Buurtmonitor). Zonder extra vermogen mag je het dus vergeten om een huis te kopen.

De druk van de 33.000 kotstudenten is groot. Ze bezetten in Gent maar liefst 8 procent van de gezinswoningen. Een doorsnee gezin kan niet betalen wat vijf, zes studenten kunnen als ze beslissen om samen een woning te huren (De Tijd, 15 maart 2018). En er is een nijpend tekort aan studentenkoten in Gent (Het Laatste Nieuws, 2/09/2017). Maar voor gezinnen is de toestand gewoon dramatisch. Volgens prognoses heeft Gent de komende tien jaar zeker 9.000 nieuwe wooneenheden nodig (Het Nieuwsblad, 12/07/2017).

Privé huurmarkt brengt ook geen soelaas

De huren stijgen in Vlaanderen dubbel zo snel als de index. In het laagste segment van de privé huurmarkt is de prijs-kwaliteitsverhouding volledig uit balans. Vooral personen en gezinnen met een zwakker sociaaleconomisch profiel belanden in deze woningen. De vraag overtreft hier vele malen het aanbod. Volgens Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform, is er binnen dit segment geen sprake meer van een behoorlijke marktwerking.

Er worden in Gent 3 x meer huizen te huur aangeboden op de privé huurmarkt dan op de sociale huurmarkt. Waar de kapitalistische concurrentie faalt bij de prijsbepaling moet de staat en de stad tussenkomen. Enkel door het aantal woningen in de sociale sector te verdubbelen kan men de prijzen drukken en voor betaalbare huurwoningen zorgen. Om de wooncrisis aan te pakken richtte het stadsbestuur een Taskforce Wonen op, bemand door ambtenaren, politici, middenveld en privé. In november 2018 komen ze nog maar eens met een studie naar buiten. Het zou me verwonderen dat die fameuze studie deze systeemfout zal bloot leggen. Dat er aan oplossingen – zoals tijdelijke ingebruikname voor de hoogste noden – gewerkt wordt is een eerste stap. Maar er zijn structurele ingrepen nodig om de oorzaken van de steeds terugkerende wooncrisis aan te pakken anders blijft men de feiten achterna lopen. Volgens prognoses heeft Gent de komende tien jaar zeker 9.000 nieuwe wooneenheden nodig, zegt schepen Taeldeman zelf. In de vorige legislatuur kwamen er 12.000 Gentenaars bij, tegen 2030 zal Gent 20.000 inwoners meer hebben dan vandaag.

Niet minder dan 52% van alle private huurders betaalt meer dan 30% van zijn inkomen aan zuivere huur. Maar liefst 30,4% van de private huurders houdt na het betalen van de huur zelfs te weinig over om menswaardig te leven.

“Toch weten we dat de middelen van ons woonbeleid hoofdzakelijk worden ingezet voor eigendomsverwerving. Uit onderzoek van Kristof Heylen (HIVA) blijkt dat maar liefst 84% van alle beschikbare woonbudgetten gaat naar eigendomsondersteuning, 14% naar de sociale huurmarkt en 2% naar de private huurmarkt.” (Joy Verstichele, 2017)

Een groot deel van de ondersteuning voor eigenaars-bewoners wordt gevat door de woonbonus. De regering Michel I heeft nu ook belastingvermindering voorzien voor een tweede woning. Interessante investering nu de spaarrente laag staat en gesubsidieerd door de overheid. De woonbonus schiet haar doel echter volledig voorbij. Uit een recent onderzoek van de Nationale Bank bleek, nogmaals, dat de woonbonus de woningprijzen omhoog stuwt. Omdat de ontleningscapaciteit toeneemt kapitaliseert de subsidie zich in de aankoopprijs. Vooral vastgoed speculanten, vastgoedmakelaars en projectontwikkelaars worden er rijker van. Na de bankencrisis van 2008 daalde de nettowinst marge op onroerend goed, vanaf 2010 begon ze weer stijgen en vanaf 2014 is ze hoger dan voor de crisis, specifiek voor appartementen en woonhuizen (Property Management Insider, 8/06/2016).

Evolutie netto winst marge onroerend goed

Verhuurders krijgen nog wel meer douceurtjes. In plaats van belast te worden op de werkelijke huurinkomsten, worden ze belast op de een kadastraal inkomen dat sedert 1975 nog nooit werd aangepast. Vastgoed belasten is het grootste taboe in de Wetstraat (De Tijd, 12/04/2018). Intussen gaat slechts 0,6% van onze belastingen en sociale zekerheid naar sociaal wonen en gemeenschapsvoorzieningen (De Standaard, 30/05/2018).

Tekort sociale woningen werkt verpaupering in de hand

Gemiddeld huurt in Vlaanderen 25 à 30 procent van de gezinnen. In Gent is dat ruim de helft volgens Peter Vanden Abeele, de Gentse Stadsbouwmeester, in De Tijd. Van de 117.000 gezinnen zitten er 15.000 in de sociale huisvesting, 51.000 op de private huurmarkt en nog eens 51.000 heeft een eigen woning. (De Tijd, 15 maart 2018) Op het vlak van sociale woningbouw schiet Gent tekort, maar per inwoner telt het wel nog steeds met voorsprong het grootste aantal sociale woningen in Vlaanderen. (De Standaard, 8/05/2018, p. 24). Het stadsbestuur zei in 2012 “op termijn” naar 20 procent sociale woningen te willen gaan. Het aandeel sociale woningen in Gent is echter op 12% blijven hangen.

Slechts 5 à 6% van de Belgische woningen zijn sociale woningen, terwijl 15,9% van de Belgische bevolking in 2017 volgens Statbel beschouwd wordt als een risicogroep voor monetaire armoede. De EU-SILC-enquête, georganiseerd door Statbel in 2017 laat zien dat 21% van de Belgen het moeilijk heeft om de eindjes aan elkaar te knopen en maar liefst een kwart van de bevolking zich geen jaarlijkse vakantie van langer dan een week kan veroorloven. Evenveel Belgen heeft geen buffer voor onvoorziene uitgaven. In Gent is het allemaal nog wat erger. In 2015 had 29,9% van de belastingplichtigen in Gent een netto inkomen lager dan 10.000 € per jaar. De discrepantie tussen het aantal armen en het aantal sociale woningen is ook in Gent huiveringwekkend.

Zowel de Vlaamse als Federale regering schieten hier tekort. Een federale armoedebestrijding begint bij meer investeringen in en uitbreiding van ‘housing first projecten’. De Vlaamse minister van Armoedebestrijding en Wonen, Homans, schiet tekort door onvoldoende te investeren in de preventie van dak- en thuisloosheid. Homans trok ook de huurwaarborg op van twee naar drie maanden. Kwetsbare gezinnen hadden het al moeilijk om twee maand huurwaarborg op te hoesten. Kwetsbare jongeren en kinderen zijn de zwaarste slachtoffers van deze wooncrisis. Dat werd pas goed duidelijk toen een wandelaar het levenloze lichaam van een 19-jarige jongen vond in een tentje op de Gentse Blaarmeersen. Jordy Brouillard stierf wellicht van ontbering, en helemaal alleen: het tragische levenseinde van een instellingenkind dat met zichzelf en het leven in de knoop zat (De Standaard, 02/09/2016).

Woonarmoede is een vicieuze cirkel

Een veilig dak boven je hoofd is de eerste voorwaarde is om de rest van je leven op orde te krijgen. Bijna een derde van de mensen met een armoederisico moet zich tevreden stellen met een woning van slechte kwaliteit. Dit heeft niet alleen gevolgen voor hun gezondheid, maar raakt ook aan hun gezinsleven (Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting).

Poor_Housing

Een lage sociale status is gelinkt aan hoge niveaus van stress, angsten, depressie en schizofrenie (Wilkinson & Picket, 2017). In het laatste twee decennia hebben sociaal psychologen de vaak perverse gevolgen van sociale uitsluiting experimenteel vastgesteld. Afwijzing lokt boosheid en agressie uit (Twenge et al.,2001, Dewall et al. 2009). Het brein wordt overbelast met strategieën om terug bij de groep te horen en leidt zo tot een tijdelijke daling van het intelligentieniveau (Roy Baumeister et al, 2002, Hawes et al.,2012) met verlies van zelfcontrole als gevolg (Baumeister et al., 2005). Verlies van zelfrespect tot en met zelfdestructief gedrag kunnen veroorzaakt worden door sociale uitsluiting (Vohs et al., 2005). Zo komen mensen in armoede, met mentale problemen in een vicieuze cirkel terecht (Marie-Françoise Dispa, 2015). In deze situatie is het voorbarig om de schuld in de schoenen te schuiven van scholen en leraren want er is geen enkel bewijs voorhanden dat de nadelen die voortvloeien uit de thuissituatie of uit de woonsituatie kunnen gecompenseerd worden (Ewald Engelen et al. , 2014). Uit MRI onderzoek in de VS blijkt dat bij kinderen in arme gezinnen reeds op de leeftijd van vier jaar een achterstand in de hersenontwikkeling optreedt (Jamie Hanson et al., 2013) als gevolg van de armoedestress van de opvoeders. In hun laatste boek ‘The Inner Level’ halen Wilkinson en Picket verschillende studies aan waarin de negatieve invloed van langdurige armoede op de cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen wordt aangetoond (Wilkinson & Picket, 2018, hfdstk 6, p. 16-17). Zolang dit soort sociale uitsluiting blijft bestaan zullen we verloren generaties blijven produceren.

Jeugd zkt toekomst

De armoede piekt als nooit tevoren in Gent. Vooral jonge Gentenaars krijgen het steeds moeilijker. Volwassen worden is geen cadeau voor de 10% jongeren die moeten leven op steun van het OCMW. In de categorie 20-24 is dat nog 7%.

Tegen de algemene trend in Vlaanderen (vrtNWS, 12/06/2018). daalde de kinderarmoede lichtjes in 2017. 21,6% of meer dan 1 op 5 Gentse kinderen wordt geboren in een kansarm gezin, tegenover 22,2% in 2016 jaar. Niet meteen cijfers om vrolijk van te worden (Het Nieuwsblad, 12/05/2017).

En alhoewel het aantal schoolverlaters in Vlaanderen gedaald is, is die trend nog niet ingezet in Gent. In 2010 verlieten in Vlaanderen 9.564 jongeren de school zonder geldig diploma (12,9 procent), in 2013 waren dat er nog 8.097 (11,7 procent). In het schooljaar 2012-2013 verlieten in Gent 495 Gentse jongeren (20,6 procent) de schoolbanken zonder diploma (Het Laatste Nieuws, 13/03/2015). In de grote steden als Gent en Antwerpen is de concentratie van schoolgaande migrantenkinderen bijzonder hoog. Nu dat zou geen probleem mogen zijn ware er niet de hardnekkige discriminatie- en pestcultuur. Pesten op school is alarmerend hoog in Vlaanderen. Maar liefst 48 procent van de Vlaamse scholieren tussen 12 en 18 jaar geeft aan gepest te worden. In vergelijking met internationale studies zoals PISA is dit een triestig record. Daarin zegt 18,5 procent van de 15-jarigen in het afgelopen jaar gepest te zijn. (Kies Kleur tegen pesten, 13/06/2018). Het Vlaamse onderwijs is nog altijd top internationaal, maar bengelt achteraan wat betreft sociale rechtvaardigheid (UNIA, 2018, p. 81).

Twee derden van de jongeren die vroegtijdig de school verlaten, heeft daar na een jaar spijt van. Het tweedekansonderwijs in Gent boomt. De stad startte ook een coaching project op voor jongeren, ‘Operatie Geslaagd’. Maar het blijft pompen of verzuipen want In het schooljaar 2015-2016 waren er al 590 jongeren die de school verlieten zonder diploma, zo’n 14,4%. In het schooljaar 2014-2015 was dit maar 12,6%.

Sociale uitsluiting ook geREGELd

Het cohousing project Bijgaardehof is een samenwerking tussen burgers en de stad. Cohousing is goedkoper, het is een keuze voor solidariteit. Maar samenwonen is voor veel armen geen oplossing. Als uitkeringsgerechtigden kunnen ze immers niet samenwonen met wie ze willen zonder inkomensverlies te lijden. Mensen in armoede getuigen bovendien dat de regelgeving rond samenwonen hen verhindert in hun gewone relatie- en gezinsvorming. Bij een prille relatie kunnen ze er niet voor kiezen om, bij wijze van test, samen te gaan wonen zonder een deel van hun inkomen te verliezen.

Het kan nog erger. Hij heet Mohamed, bon hij heet niet zo, maar laten we hem zo noemen. Mohamed is een Algerijnse arbeidsmigrant half de jaren negentig naar België gekomen, zonder papieren. Onderwijsniveau middelbaar. Sprak vloeiend Frans, intussen ook zeer behoorlijk Nederlands. Maar In 2009 wordt hij geregulariseerd via een tijdelijke werkgever. Ongeveer vijf gaar later verwerft hij de Belgische nationaliteit. Hij overleefde intussen van allerlei slecht betaalde baantjes, maar heeft intussen vast werk in een zeepfabriek in de voorhaven. Zwaar en ongezond werk in ploegen en slecht betaald. Maar net genoeg om een piepkleine studio te huren en tijdens zijn jaarlijks verlof naar Algerije te kunnen reizen, waar hij intussen al enkele jaren getrouwd is. Hij wil zijn echtgenote via gezinshereniging laten overkomen.

Maar nu begint het. De politie komt controleren of zijn studio groot genoeg is om zijn echtgenote te huisvesten. Dat is ze niet. Hij gaat op zoek naar een appartement dat groot genoeg is om… maar dat is op de privémarkt niet te vinden. Een uur fietsen naar zijn werk wil hij er best bijnemen. Hij wordt regelmatig vlakaf de deur gewezen, alhoewel het aan de telefoon in orde leek. Hij kan zijn Arabische naam en uitzicht natuurlijk niet verbergen als hij de huisbaas treft. Nu zou je denken hij kan toch terecht op de sociale huurmarkt, hij komt toch in aanmerking voor een sociale woning. Jawel, maar de reglementen zijn daar zo, dat hij daar enkel een appartement voor één persoon kan krijgen zolang zijn vrouw niet in België is. En dat duurt nu zo al een paar jaar.

Historische achtergrond van wooncrisis in Gent

Dat de minder gegoede burgers in Gent in een uitzichtloze situatie terecht zijn gekomen heeft ook een historische oorzaak.  Als fabrieksstad trok het goddeloze Gent in de negentiende eeuw duizenden plattelanders aan. Uit schrik haar achterban te verliezen organiseerde de Katholieke partij een eeuw lang stadsvlucht, zette daarvoor subsidies in en investeerde fors in de transportstructuur. De eerste huisvestingswet van 1889 stimuleerde haast uitsluitend de bouw van individuele eigendomswoningen, doorgaans rijwoningen. Na de tweede wereldoorlog werd dit beleid verdergezet met de Wet Detaeye, verantwoordelijk voor de Belgische ruimtelijke chaos (Winters et al., 2007, p. 5-8, Van Boechaute, 2013, p. 26).

In Gent wou dat niet zo goed lukken want in reactie op dit beleid, en onder impuls van de Belgische Werklieden Partij, werd in 1919 de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen en Woonvertrekken (NMWGG) opgericht. De nieuwe instelling diende de motor te vormen van een vernieuwd huisvestingsbeleid, geïnspireerd op de Engelse tuinwijkgedachte. Er zouden woonwijken worden opgericht waar niet de individuele woning zou centraal staan, maar waar de woonomgeving en de collectieve voorzieningen zouden primeren. Organisatorisch en financieel zouden de tuinwijken gedragen worden door huurderscoöperatieven. Zie ook de interviews met planoloog Pascal De Decker en sociaal geograaf Maarten Loopmans.

Nederland legde een totaal anders parcours af. Met de woningwet van 1901 ondersteunde de regering de uitbouw van woningcorporaties in de vorm van rijksvoorschotten (over 50 jaar terugbetaalbaar, later in de vorm van leningen waarvoor de gemeenten garant stonden. Huisvesting werd op die manier losgekoppeld van de winsthonger van de vastgoedsector. Het aantal sociale woningen in Nederland is 36% tegenover 16,5% van de Nederlandse bevolking met armoederisico (CBS 2015). In Nederland is ongeveer 50% eigenaar van zijn woning. In feite lijkt de situatie in Gent veel meer op de Nederlandse dan op de Belgische, wel met weglating van de solidariteit.

Van armoedebestrijding naar gemengde woonbuurten

Als gevolg van de woningpolitiek in België begonnen de grote steden vanaf 1970 leeg te lopen. Ware er niet de migratie en volgmigratie geweest dan zou Antwerpen nu bijvoorbeeld een spookstad van 351.000 inwoners zijn in plaats van het half miljoen dat er nu woont (NPDdata, 2018).

Bron NPDdata

Bron NPDdata

De snel verouderende Belgische bevolking wordt gecompenseerd door de veel jongere migrantenbevolking zoals je kan zien in onderstaande grafieken.

Verdeling volgens leeftijdscategorie van bevolking van niet Belgische oorsprong, NPDdata

Verdeling volgens leeftijdscategorie van oorsprong Belgische bevolking, NPDdata

Maar de migranten komen terecht in een totaal verloederd woningpatrimonium in de 19de eeuwse gordel. Sommige huizen hebben zelfs geen lopend water. Het protest tegen deze mensonwaardige situatie komt deze keer niet uit socialistische hoek. Wat was er gebeurd? Na studentenrevolte bleef er een deel van de studenten in Gent hangen. Dikwijls komen ze terecht in dezelfde buurten als de migranten. De scherpe armoede en povere huisvesting geeft concrete inhoud aan hun sociaal engagement. Zij vormen de basis van het verzet in de jaren tachtig.

De Vlaamse regering haakt daar op in en minister Akkermans giet in 1982 de eerste vorm van stadsvernieuwing in het ‘herwaarderingsbesluit’. Dit besluit subsidieert openbare besturen voor de verwerving van gronden en gebouwen en voor de uitvoering van werken in erkende herwaarderingsgebieden. Particulieren kunnen een renovatiepremie krijgen. De afbakening gebeurt niet alleen op basis van ruimtelijk en bouwkundig verval, maar ook op basis van sociale achterstelling. Tegen eind 1988 zijn 150 stadsherwaarderingsgebieden erkend, maar slechts 44 gebieden worden operationeel door een gebrek aan financiële ondersteuning. Dit onvermogen van de overheid bezorgt betrokken bewoners een wrange nasmaak (Van Boechaute, 2013, p. 26-27). Een coalitie van actieve bewoners, organisaties en het nog prille Agalev, klaagt deze toestand aan. Op een persconferentie in april 1988 wordt Gent, ‘de meest verkrotte stad van Vlaanderen’ genoemd. Met 41.000 woningen van slechte woonkwaliteit, is dat ook terecht (Op. cit., p. 28).

Het kalf is verdronken. In 1991 behaalt het Vlaams Blok voor de eerste maal een grote verkiezingsoverwinning, op federaal niveau. Op Vlaams niveau pleit de socialist De Batselier voor een intensief programma van sociale huisvesting, maar de CVP zet nog steeds in op eigendomsverwerving. Na een nieuwe verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok in 1995 krijgt Vlaanderen voor het eerst ook een minister die ook stedelijk beleid tot zijn bevoegdheid heeft, namelijk Leo Peetersi Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting. Wat hij uit zijn hoed tovert is niet zozeer de bestrijding van de armoede, maar de verdunning ervan:

“In de eerste plaats zijn er de (nieuwe) huishoudentypen, hoog opgeleid en goed verdienend, die voor de organisatie van hun leven beter af zijn mochten ze in de (binnen)stad leven. Tweeverdienergezinnen hebben er, door hun beperkte tijd, alle baat bij allerlei functies (winkels, scholen, werk, cultuur) in de nabije omgeving te hebben. De uitdaging wordt een woonmilieu te ontwerpen die hen in de stad houdt op een zodanige manier dat ook de kansarme en kwetsbare bewoners er beter van worden.” ( geciteerd in Vlerick & Allaert, 2006, p. 61).

Het hoge woord is er uit, sociale mix als wapen tegen de verloedering van het woonpatrimonium. Of dit getuigt van sociologische naïviteit of gewoon denigrerend is ten opzichte van de sociaal economisch zwakkeren laten we in het midden, er zijn intussen voldoende onderzoekers die aangetoond hebben dat het niet werkt, wel integendeel (K.J. Rummens et al. 2004; Van Bouchhoute, 2013, p. 12; Elias Vlerick, 2006; Ico Maly, 2017). Het is eerder een reactie tegen het verwijt van ‘getto vorming’ door het Vlaams Blok dan een echt woon-zorg beleid. In zelfde periode start de stad Gent haar eigen stadsvernieuwingsproject waarvan we de uitkomst vandaag zien.

Top down stadsontwikkeling…

De urbanisatie van de stad Gent hinkt op twee benen. Er is een belangrijk verschil tussen stadsontwikkeling en sociale stadsvernieuwing in Gent. Bij stadsontwikkeling is de participatie minimaal. Daar moeten buurtbewoners zich niet mee moeien. Want het is een publiek private samenwerking (PPS) en de privé wil geen pottenkijkers (Fotini Vanrooy, 2012, p. 39-46 ). Voorbeelden van stadsontwikkeling: Ghelamco, Oude Dokken, de Loop, Gent-Sint-Pieters, de Ecowijk op de plaats waar vroeger het stadium van AA Gent was. Het zijn typische top-down processen. Zowat in al die projecten worden de buren buitenspel gezet.

In 1980 was het aandeel van overheidsinvesteringen in België nog meer dan 5% van het BBP, tien jaar later was het nog nauwelijks 2%. Enkel in het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Spanje komt PPS echt van de grond vanaf 1990 (Deloitte, Benchmark PPS in Vlaanderen, 2009), in de andere Europese landen zal het pas doorbreken na de crisis van 2007-2008. Vooral de soberheidsmaatregelen van de EU doen overheden echt naar PPS grijpen. De westerse wereld stapte in de jaren tachtig over van een Keynesiaanse economie naar een monetaristische. Milton Friedman beweerde dat men de overheidsuitgaven tot het strikte minimum moest beperken en de geldstromen moest controleren om inflatie tegen te gaan en economische crisissen te vermijden. Zijn theorie steunde echter op misleiding. Dat werd in 2007 maar al te duidelijk.

Een groot deel van de stadsontwikkeling verloopt nu via het in 2003 verzelfstandigde stadsontwikkelingsbedrijf (SOGent), via het waterbedrijf Farys dat uit het niets opduikt op de vastgoedmarkt, en schimmige constructies zoals ‘The Flanders-Ghent Development Group’ waar netwerken met ondernemers en vastgoed actoren worden opgezet, zoals de bouwbedrijven Banimmo (The Loop), Matexi, MG Real Estate (Parking Vrijdadmarkt, Postgebouw Korenmarkt) en Besix. Bekijk de flashy websites eens en dan zie je meteen tot welk publiek ze zich richten. Sommige websites hebben zoveel toeters en bellen dat ze nu en dan blijven hangen. Maar in dit netwerk zijn ook studiebureau’s actief zoals Bontinck Architecture and Engineering (Diamant Gebouw Sint Pieters, Ghelamco Arena, Blue Towers, Hotel Ghelamco, Kantoorgebouw Optima Global Estate) of Arch&Teco en spelers uit de immosector met Ares | Real Estate Solutions of Urban Link Group(Pascal Debruyne, 2017).

Bij PPS geeft de overheid de controle uit handen terwijl uiteindelijk het publiek toch alle rekeningen zal moeten betalen via belastingen en/of gebruikskosten. Het komt altijd duurder uit dan afzonderlijke aanbestedingen, want aannemers moeten duurder lenen dan overheden. Terwijl overheden lenen aan 1% à 2% rente, kunnen private bedrijven dit alleen doen aan 7% à 8%. Vooral de banken zijn er goed mee. De enige reden waarom overheden dit doen is om binnen de regels te blijven van de soberheidspolitiek van de EU. Met PPS verdwijnen de kosten uit de balans. Het is een dure boekhouderstruuk. Weinig rebellie hier. Waarom denk je dat het voor Optima zo belangrijk was om een bank ter verwerven. Via Optima Bank en Optima Estates, passeerden ze tweemaal langs de kassa. Gelukkig is deze oplichterij mislukt. Piqueur was te hebzuchtig.

… of bottom up stadsvernieuwing

De tegenhanger van PPS is PCP, ‘Public Civic Partership’ en ‘PCG’, ‘Public Civic Governance’: van gemeenschapstuinen en alternatieve munten tot CTL’s.

Bij sociale stadsvernieuwing in Gent worden burgers dan wel betrokken bij enkele deelprojecten maar niet alle. Het gaat de weg op van PCP in de mate dat vastgoedontwikkelaars er brood in zien. Voorbeelden van stadsvernieuwing: ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’, ‘Bruggen naar het Rabot’, ‘Ledeberg Leeft’ en ‘En Route’ aan de Dampoort. Opbouwwerkers van Samenlevingsopbouw binnen stadsvernieuwingsprojecten creëren ruimte voor een bottom-up werking en co-creatie. Maar wie Gent kent weet dat dit allemaal projecten zijn in de armste buurten van Gent. Niet aantrekkelijk voor bouwpromotoren. Toch signaleert Ico Maly pogingen om bijvoorbeeld de Rabot buurt aantrekkelijk te maken voor hipsters. In 2012 opende bovenop een van de oude industriële gebouwen een pop-up restaurant dat duidelijk niet bedoeld is voor de lokale bewoners. Een menu zonder drankjes kost 59 euro per persoon (Ico Maly, 2017, p. 69-70). Hieronder een foto.

hipster_restaurant

Pop-up restaurant M, boven op een oud industrieel gebouw. Wordt aanbevolen als M with a view.

Terwijl de bevolking en de economie in de rand van de stad diverser is dan ooit is het centrum van Gent meer eenheidsworst geworden. Tussen 2008 en 2016 zijn er 159 filialen van winkelketens bijgekomen. Gent telt nu 552 ketenwinkels. Locale economie? Toch niet in het centrum (De Standaard, 4-5/08/2018, p. 35).

De derde weg schoot de verkeerde kant op

Het is echter niet zo dat de soberheidspolitiek van de EU de oorzaak was van een koerswijziging van de paarse coalitie. Die was al eerder ingezet. Het in 1998 opgerichte stadsbedrijf Sogent werd reeds verzelfstandigd in 2003 in naam de fameuze derde weg van het socialisme. Dat de stadsontwikkeling ingezet door Beke en Van Rouveroy ook verdringing van de arme bevolking meebracht beseffen ze allebei. Beke tracht het te voorkomen door begeleidingsmaatregelen zoals de oprichting van wijkgzondheidscentra en bouw van sociale woningen wanneer mogelijk. Voor Van Rouveroy is het ‘collateral damage’.

In het Patershol kwamen er sociale woningen om de oorspronkelijke bevolking op te vangen, maar het volkse karakter van de buurt ging volledig verloren. In het Prinsenhof en Zilverhof gingen de prijzen toch de hoogte in ondanks de inbreng van sociale woningen aan de rand. De city marketing had van het oude en verloederde schipperskwartier van Gent, waar ooit lichtekooien in grote getale voor vertier zorgden een toeristische attractiepool gemaakt. In Macharius kwamen de sociale woningen er wel op tijd maar waren ze van bedenkelijke kwaliteit. In de Brugse Poort werden de onteigende woningen volledig door sociale woningen vervangen, terwijl projectontwikkelaars net in die strategische plekken geïnteresseerd waren (Van Bouchaute, 2013, p. 50-53). De acties van de politieke krakersbeweging daar hadden de stad angst ingeboezemd (Renée Steyaert, 2006, p. 39).

Maar in het Rabot breekt men meer sociale woningen af dan erbij komen. Van hervestiging is hier geen sprake meer (Van Bouchaute, 2013, p. 50-52). Op Heernis kwamen er welgeteld zes sociale appartementen voor een buurt met 3390 inwoners. Architecten Bontinck realiseerden er op privégrond 146 nieuwbouw appartementen gericht op de middenklasse en projectontwikkelaar Lofting Group kocht het vroegere bejaardentehuis van het OCMW om er een gated cummunity voor de hogere middenklasse en burelen van te maken. De prijzen scheren er nu hoge toppen. Aan de rand van het stadsontwikkelingsproject de Oude Dokken verdrijft speculatie de oorspronkelijke huurders. Apache schreef daarover het volgende:

In de Doornzelestraat bijvoorbeeld, nabij het Gentse Stapelplein, vertrokken de afgelopen maanden tientallen kwetsbare gezinnen uit hun huurwoning, nadat ruim veertig woningen in 2017 van eigenaar veranderden. De projectontwikkelaar wil de panden zo snel mogelijk renoveren, zodat hij ze voor een hogere huurprijs op de markt kan zetten.”

Die sociale woningen lukt dus minder en minder. Het grootste probleem situeert nochtans zich in het laagste segment van de huurmarkt waar de prijzen niet langer in verhouding zijn met de kwaliteit. Frank Beke geeft zelf reeds in 2012 toe dat de overheid niet langer greep heeft op de huurmarkt (Van Bouchaute, 2013, p.53).

Leefstad of historisch attractiepark?

Om de stad aantrekkelijk te maken voor investeerders, middenklasse en toeristen verliep de herinrichting van de buurten in Gent vanuit het historisch centrum. Alle ingrepen in het stadslandschap moeten eerst en vooral passen in het citymarketingverhaal van Gent als toeristische parel, shopping stad en hipster hoofdstad van België (Ico Maly, 2017, p. 64). Toen men in de Dampoort buurt (19de eeuwse gordel) in de stadsvernieuwing opstartte, was de tweede heraanleg van de Korenmarkt reeds lang afgewerkt. De Macharius buurt werd reeds begin de jaren negentig aangepakt. Daar hadden ze uiteindelijk drie grote groenzones waarvan twee speelpark. Op de Heernis, ook stadsuitbreidingsgebied uit de 19de eeuw, moest gewacht worden tot 2011 voor er één groot speelpark kwam. In Macharius hoopte ‘t Stad toeristen aan te trekken. De ruïne van Sint-Baafsabdij – weliswaar bijna volledig vernield door Keizer Karel – moest een aantrekkingspool worden.

Onder Gilbert Temmerman, eerste paarse coalitie, werd dit een typisch socialistisch liberaal compromis. Er werden ook sociale woningen gebouwd op de plek waar vroeger de beestenmarkt was. Een nieuwe buurt en hoogbouw. De kwaliteit van die woningen was echter zo ondermaats dat ze in 2015 al aan renovatie toe waren. Toeristen aantrekken in Macharius, die vis plakte niet. De dienst musea in Gent zag het niet langer zitten om de site open te houden voor de zeldzame bezoeker.

Net als Bilbao en andere steden met een industrieel verleden moest Gent weer aantrekkelijk worden om in te wonen en te werken. De talrijke textielfabrieken (UCO) en metaalindustrie (ACEC en ARBED), ingeplant in de woongebieden, zijn of afgebroken en omgevormd tot groene parken, of omgebouwd tot winkelcentra en bedrijvencentra, of ze herbergen hier en daar lofts. Het rijke cultureel erfgoed is in zijn glorie hersteld. Waar vroeger de lichters vaarden, aan de samenvloeiing van Leie en Schelde heeft met een plezierhaven gemaakt.

Maar het gevaar van overdrijving en zich wentelen in die geschiedenis is reëel. In de binnentuin van het oude Lousberggesticht richt men liever een museum voor perelaars in dan de buurtbewoners er te laten tuinieren. Zo moet bijvoorbeeld ook de doolhof, genaamd ‘De Kerk’, nieuw aangelegd in het Coyendanspark, de herinnering levendig houden aan de door Keizer Karel vernietigde Sint-Baafs Abdij. De grootste nederlaag van de opstandige Gentenaars. Het doet denken aan der verering van het Merelveld in Kosovo door de Servische nationalisten. Een andere keer staat de aandacht voor het erfgoed de hedendaagse nood aan betaalbare woningen in de weg. De sociale woningen in de Bernadettewijk uit de jaren twintig waren geklasseerd als bouwkundig erfgoed maar een aantal waren ongeschikt verklaard. Renoveren of slopen? Daar kwam WoninGent niet uit, waardoor de situatie nog verder verrotte, letterlijk en figuurlijk. En alhoewel de Vlaamse Regering reeds in 2016 de toelating had gegeven om te slopen koos de maatschappij voor een veel duurdere renovatie in plaats van nieuwbouw.

Vanaf de jaren 2000 leek Gent bijwijlen een attractiepark. Er ging geen weekend voorbij zonder spektakel in het centrum van de stad: de VTM familiedag, de Flikkendag enz. De stadshal is bijna elk weekend bezet. Toeristen van binnen- en buitenland à volonté. Het begint stilaan hinderlijk te worden voor de stadsbewoners. Segway Gent verhuurt er ‘segways’ – ook voor teambuilding. Een argeloze fietser moet opletten dat hij niet overhoop wordt gereden door zo’n team dat komt aangereden. En als MG Real Estate iets te vieren heeft mag het de in alle geschiedenisboeken voorkomende Graslei aan de Leie gedurende 10 dagen blokkeren voor de democratische prijs van 1.415 €. Zes maanden later was de veroorzaakte schade aan de kade nog niet hersteld.

Oplossingen voor de wooncrisis?

Oplossingen voor de wooncrisis komen dikwijls van burgerinitiatieven. Wonen op gemeenschapsgrond scheelt de helft van de prijs bij aankoop (CLT Gent). Een eerste project is opgestart in Meulestede-Muide. De eerlijkheid gebied ons te zeggen dat Brussel de pionier was in België om het principe van de Community Land Trust in daden om te zetten. CLT Brussel ontwikkelt op basis van Brusselse gewestelijke reglementering en financiering zeven projecten. In Brussel zijn er in totaal honderddertig woningen gepland en er volgen er meer. De Leuvense schepen van Wonen Mohamed Ridouani (SP.A) zegt ook na te denken over de bouw van vijfhonderd community-land-trust-woningen. En nu ook Bart De Wever het licht heeft gezien in Antwerpen krijgt CLT aandacht in de mainstream media (De Standaard, 8/06/2018).

Granby Four Streets Community Land Trust in Liverpool

De budgetkoopwoningen, ontwikkeld door projectontwikkelaars in samenwerking met Sogent op de gronden van de stad zijn dan weer een slag in het water. De grote meerderheid ervan is veel te duur, terwijl net in het laagste marktsegment de nood het hoogst is. Schepen Taeldeman belooft wel dat budgetkoop meer en meer zal omgezet worden naar budgethuur. Of die belofte zal waargemaakt worden is afwachten. De stad doet wel iets, maar het is te weinig, een druppel op een hete plaat. Van het totaal budget van de stad Gent wordt 5% geïnvesteerd in betaalbaar wonen. Woningcoöperaties zouden een oplossing kunnen zijn als ze zouden kunnen beroep doen op door de overheid gegarandeerde leningen over 50 jaar. De intercommunale IGEMO (Mechelen, Lier en randgemeenten) werkt in die richting. Dat het wel degelijk anders kan, daar zijn genoeg voorbeelden van in andere Europese landen.

Na de ineenstorting van het gemeentefonds met het failliet van Dexia lijkt kapitaal vinden voor coöperatieve projecten een probleem, maar dat hoeft het niet te zijn. Tussen 1995 en 2016 zijn de subsidies aan bedrijven gestegen van 1,5 procent van het bruto binnenlands product naar 3 procent. In 2016 ging er 14,4 miljard euro naar subsidies aan ondernemingen, zo blijkt uit het jaarverslag van de Nationale Bank (De Standaard, 17/11/2017). En dan is er nog de mogelijke shift van belastingen op loon naar meerwaardebelastingen op kapitaal.

En terwijl we aan dit essay aan het schrijven zijn snelt de realiteit ons voorbij. De prijzen van de huizen gaan razendsnel de hoogte in. Een telefonische rondvraag bij vastgoedkantoren komt uit op een budget van minimum 300.000 € voor de aankoop van een huis in Gent. De Standaard schrijft:

“Het aantal verkochte woningen in Gent steeg in 2017 met 6,7 procent. In Antwerpen bleef de stijging vorig jaar beperkt tot 1 procent, over het gehele land noteerden de notarissen een toename met 2,5 procent.” (De Standaard, 26/06/2018)

Het kan bijna niet anders of de speculatie op de Gentse woningmarkt slaat toe. Sommige vastgoedkantoren geven dat ook met niet zoveel woorden toe. Wim Van Lancker onderzoeker aan het ‘Centre for Sociological Research’ KU Leuven pleit ervoor belasting te heffen op de meerwaarde bij verkoop van huizen. Hij stelt ook voor om verhuurders te belasten op de werkelijk ontvangen huur i.p.v. op het kadastraal inkomen. (De Standaard, 8/05/2018). Het wordt hoog tijd voor de invoering van een vastgoedtaks op de meerwaarde bij verkoop van 50%. Het is de enige manier om aan deze bubbel in opbouw een halt toe te roepen.

Door een verdubbeling van het aantal sociale woningen kan men de concurrentie op de huurmarkt herstellen en de huurprijzen in het laagste segment drukken. Terug naar betaalbaar wonen.

Begin 2015 lanceerde de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning een digitale bevraging, “Hebt U een beter idee?” met een spandoek aan het Gravensteen. Er werden sedertdien 234 ideeën gedropt in de ideeënbus waaruit 63 acties geselecteerd werden en vijf favorieten gekozen werden door een vakjury. Dit resulteerde uiteindelijk in een structuurplan voor de verre toekomst “Ruimte voor Gent 2030”. Het geeft je alvast de gedachte dat je mag meedenken. Meebeslissen is iets anders. Een visie ontwikkelen is een goed begin, maar zonder stappenplan blijft het gebakken lucht.

Terug naar de basisfunctie van de stad: zorgen voor zijn bewoners

En alhoewel Sas Van Rouveroy, Frank Beke en Daniël Termont, Beke’s opvolger, zichzelf graag sociaal noemen, passen ze naadloos in het rijtje van illustere neoliberale burgemeesters Michael Bloomberg en Boris Jonhson. Net als de voormalige burgemeesters van New-York en Londen gaan ze voor ‘creative cities’. Het concept ‘creative cities’ waar Richard Florida en Charles Landry mee leuren staat voor het aantrekken van creatief talent naar de steden die daar dan nieuwe technologieënii uit de grond moeten stampen en zo de basis vormen van een nieuwe stedelijke economie. Om het gevecht voor al dat talent te winnen én in de stad te houden moeten deze city hoppers gemasseerd en gepamperd worden. Positief punt, aangezien talent geen kleur heeft staat het concept ook voor verdraagzaamheid. In zijn verkooppraatje stelde Florida het voor als een sociale revolutie, terwijl zijn concept in feite geruisloos aansloot bij de neoliberale agenda van stadsvernieuwing (Jamie Peck, 2005, p. 740-741), waar opzichtig consumentisme, iconische architectuur, postkaart stadskernen en groene buurten voor de hogere middenklasse de oorspronkelijke stadsbewoners verdringen.

Ook al is Gent vele maatjes kleiner dan Londen en New York, Landry wist daar een mouw aan te passen door Gent ‘a pocket sized metropolis’ te noemen (De Standaard, 30/01/2012). Als men de Dok Site vergelijkt met Canary Wharf in de oude docklands van Londen, beseft men pas hoe potsierlijk dit is. Gent zal nog in geen duizend jaar een financieel centrum worden, maar Gent scoort wel 64.41% op zijn ‘creative cities indexiii, beter dan Bilbao, Freiburg, Canberra… Voor ik verder ga met dit verhaal nodig ik de lezers uit om eens rond te struinen op de website waar die prijs gevierd werd, namelijk de site van de Flanders Ghent Development Group een van de actoren bij Gentse stadsontwikkeling. Het screenshot van de ‘homepage’ vind je hieronder.

MIPIM_bijgesneden

Sta even stil bij de natte droom van de vastgoedontwikkelaars: “Gent snelst groeiende kantoorstad, Brussel uit de gratie”. Daar worden we ook schaamteloos uitgenodigd om lid te worden van MIPIM, ‘The world’s leading property market’ in Cannes. De grootste vastgoedmarkt wereldwijd, waar stadsoverheden en vastgoedontwikkelaars elkaar jaarlijks ontmoeten om zaken te doen. Waar burgemeester Daniël Termont naartoe vloog in het privévliegtuig van Jeroen Piqueur (Het Nieuwsblad, 29/08/2016). Daar treden steden op de mondiale markt om deals te doen en om elkaar de loef af te steken. Dit is waar ze hun beste pak aantrekken om mee te drijven op de golven van de globale economie, waar ze de stad en hun ziel verkopen. Burgemeesters als managers van de postindustriële mondiale economie.

Als zelfs Umicore, een door en door Belgisch bedrijf, erfgenaam van het koloniale Union Minière, Nysa in Polen verkiest boven Antwerpen voor zijn nieuwe vestiging, waarom strooit men dan met de illusie dat steden invloed kunnen hebben op de mondiale economie? Het Kapitalisme is altijd al mobiel geweest en het heeft zich nooit bekommerd om de industriële woestijnen die het achterliet. Ironisch, maar ondertussen geeft Richard Florida zelf toe in zijn laatste boek ‘The New Urban Class’ (2017) dat zijn creatieve revolutie in de VS mislukt is, ze heeft enkel voor meer ongelijkheid gezorgd. Zie interview op National Public Radio.

In hun manifest ‘How to build a fairer cityiv roepen sociaal geografen Ewald Engelen (Amsterdam), Sukhdev Johal (Londen), Angelo Salento (Apulia) en Karel Williams (Manchester) op om eindelijk eens op te houden met die concurrentie met andere steden en zich te gaan bezig houden met de basisfuncties van de stad. De droom van de ‘creative cities’ bleek een fantasme:

“De beloften klonken de stadsbestuurders als muziek in de oren omdat herontwikkelingsprojecten altijd het vooruitzicht bieden van een gerevitaliseerde stedelijke economie, met meer banen in de dienstensector en meer belastinginkomsten, zodat de armen en kwetsbaren ervan kunnen profiteren.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

Niet dus. De armen zijn in de kou blijven staan. Het twijfelachtige succes van die politiek is een kleine toplaag ten goede gekomen en is niet doorgesijpeld naar de meerderheid van de burgers. De steden zijn er ook niet noodzakelijk financieel gezonder uitgekomen:

“De concurrentie om mobiel kapitaal heeft iedere stad die graag een wereldstad wil worden in een belastingparadijs veranderd, waardoor de reële en nominale belastingtarieven omlaag zijn gegaan en de mondiale rijkdom en inkomensongelijkheid zijn toegenomen.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

De winsten waren voor de kleine toplaag terwijl de kosten door de hele bevolking moesten worden gedragen. Het gevolg is de veronachtzaming van – en het wanbeheer over – wat Ewald Engelen en zijn collega’s de “fundamentele economie” noemen, de sfeer van de sociale productie van veel alledaagse goederen die belangrijk zijn voor het welzijn van iedere burger. Een voorbeeld van die verwaarlozing zijn bijvoorbeeld de tramsporen in Gent (Het Nieuwsblad, 17/11/2017).

tramsporen

Tramsporen in Ledeberg, tram 4 naar Moscou voor 2 jaar opgeschort

De producten van deze “fundamentele economie” zijn niet onderhevig aan mondiale competitie, leefbaar wonen, distributienetwerken voor gas en elektriciteit, kabelbedrijven, de transportsector, een paar van oudsher particuliere activiteiten zoals retailbankieren, de voedseldetailhandel en voedselverwerking, en sommige van oudsher door de staat geleverde diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen. Deze producten bereikbaar maken voor alle burgers, dat is kernopdracht van elke stad. Zij besluiten:

“Ons betoog is eenvoudig. Als we eerlijkheid willen, moeten we ons richten op de fundamentele economie en deze activiteiten reorganiseren om ze steviger te verankeren. Daar is een nieuw soort beleid voor nodig dat is gebaseerd op het sociale deel van de economie. Een beleid dat een radicale breuk inhoudt met de operationele beginselen op grond waarvan uw lokale stadsbestuurders hebben gestreefd naar meer concurrentiekracht.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

Intussen is er een nieuw (in feite een heel oud) concept dat furore maakt in Gent: de ‘commons’. Er heeft zich ook al een guru voor aangemeld, Michel Bauwens. ‘Commons’ verwijst naar de ‘gemene gronden’ en ‘gilden’ die in de late middeleeuwen overal in Europa opgang maakten. Ze verdwenen tijdens de ‘enclosure of the commons’ in Groot Brittannië en na de Franse Revolutie in de rest van Europa. In Azië zijn ze nog actief, daar functioneren verschillende collectieve irrigatiesystemen die beheerd worden zoals de ‘commons’. Elinor Ostrom bestudeerde ze en bedacht er de term ‘common pool resources’ voor. Zie hier voor een definitie in acht criteria. Bauwens herleidt deze tot drie, maar past maar twee van de drie toe in zijn zoektocht naar Gentse ‘commons’. Het commons transitieplan van de stad Gent werd boven de doopvont gehouden.

Elinor Ostrom kreeg voor haar werk de Nobelprijs voor economie en richtte de ‘International Association for Study of the Commons’ (IASC) op. Nu wil het toeval dat Tine De Moor, die Ostrom na haar dood opvolgde als president van het IASC, een Gentse is. Gevraagd naar het onderzoek van Michel Bauwens in Gent was ze echt verontwaardigd over dit boerenbedrog (persoonlijk gesprek). De ‘commons’ waren een onmisbaar onderdeel voor het levensonderhoud van de ‘commoners’, basiseconomie dus. Dat aspect vindt men niet terug in de voorbeelden door Bauwens aangehaald, waar het meestal gaat over vrijwilligerswerk. Het gaat  wel over waardevolle burger collectieven. Er het etiket ‘commons’ op kleven schept opnieuw verwachtingen die niet waar kunnen gemaakt worden. Het bereik ervan is te beperkt bijvoorbeeld om de immense problemen van de wooncrisis op te lossen. Bovendien kunnen deze zogezegde ‘commons’ zelfs discriminerend zijn zoals stadssocioloog Stijn Oosterlynck opmerkt in een interview met de Standaard:

“Commons of gemeengoed betekent dat een gemeenschap het beheer van een plek of dienst in handen neemt. Maar zo’n gemeenschap bestaat uit mensen die iets in elkaar herkennen, en sluit daarbij soms anderen uit. Je kunt van vrijwilligers die een zomerbar, hondenweide of kruidentuin beheren niet verwachten dat ze het zich aantrekken of er ook allochtonen of ouderen komen.” (…) “De overheid moet erop toezien dat iedereen gelijke toegang krijgt tot alles wat publiek is.” (De Standaard, 26/08/2017)

En dat laatste doet de stedelijke overheid niet in Gent. Soms doet ze zelfs het tegendeel, zo koos ze zelf haar bevoorrechte partners bij het beheer van de Perenboomgaard in het Lousbergpark.

Alle steden hebben min of meer gelijkaardige problemen als Gent. In plaats van elkaar vliegen af te vangen zouden steden beter samenwerken, dan zouden ze kunnen front vormen tegenover de bureaucratische bevoogding van de Vlaamse en Federale regering, maar meer dan ooit gedijt politiek op polarisatie en wordt er niet opgelost. Uit de inleiding die Schepen Taeldeman gaf op een verkiezingsdebat op 20/06/2018 blijkt dat het blijft bij sleutelen in de marge. Het ontbreekt aan een concreet plan om de woningnood te lenigen. Behalve de hernieuwde belofte dat de stad streeft naar 20% sociale woningen. Hadden ze al gedaan in 2012, maar niet gehouden. Een concreet plan voor de onmiddellijke toekomst heeft ‘fearless city’ Amsterdam wel (Coalitieakkoord groenlinks/d66/pvda/sp, 2018, p. 27-36). In Nederland voegen ze daar meteen het leesbaar budget bij voor de komende vijf jaar (Op. cit., p. 74-77). En dit is een ander zeer van het Gentse Bestuur, de stad publiceert budgetten op zijn website, honderden bladzijden zelfs, maar een voor de doorsnee burger begrijpelijke voorstelling van hoeveel naar wat gaat vind je niet.

Op de onderzoeksvraag die we bij het begin van dit essay stelden, waarom de stadsontwikkeling uiteindelijk ook de lagere middenklasse uit de stad verbant, kan het antwoord voorlopig eenvoudig zijn: de paarse coalitie heeft nooit resoluut gekozen voor uitkomsten die gelijkheid in de hand werken. Daarentegen heeft met gekozen om toeristen en middenklasse aan te trekken. De eerste doelgroep heeft men bereikt, de hotelsector en horeca boeren goed, maar de hogere middenklasse woont toch nog liever buiten de stad, ze zien wonen in Gent hoogstens als een tweede verblijf. Leuk om uit te gaan en zich te amuseren en voor de rest: “vivons heureux, vivons cachés”. Door in zee te gaan met de vastgoedsector en het niet monitoren van de projecten op gentrificatie heeft men de stad overgeleverd aan de meeste winst, en die is niet te halen bij de lagere middenklasse.

De vrees kiespotentieel te verliezen door de middenklasse voor het hoofd te stoten weegt op elk besluit. Het opgeven van solidariteit en het veronachtzamen van reële democratie komen in volgende artikels aan bod.

Waar is het recht op de stad gebleven?

De Gentse Feesten zijn heruit gevonden aan Sint Jacobs in de zomer van 1970 door een bende hippies en studenten. Aanvankelijk was de stad daar niet niet zo blij mee. In de beginjaren werden de optredens regelmatig stilgelegd door de politie. Toen het stadsbestuur zag dat het niet meer tegen te houden viel, sprong het mee op de kar. Commerçanten die er brood in zagen overspoelden de pleinen. En toen werd het een internationale toeristische attractie.

In 1985 werd de eerste Freinetschool opgestart in het basis onderwijs door de pedagogen Luc Heyerick en Armand De Meyer. In feite lag dat plan toen al zeven jaar stof te verzamelen, maar toen men zag dat de stadsscholen een na een leegliepen, kregen ze eindelijk de zegen. Freinet (1896-1966) ontwikkelde een pedagogie voor arbeiderskinderen. Kinderen leren om samen op democratische basis hun groep, klas en school te organiseren. Het zijn er intussen 12 en ook al 2 scholen in het secundair.

Al 21 jaar lang zetten de Gentse brugfiguren zich in om ouders van schoolgaande kinderen nauwer te betrekken bij de schoolwerking. Ouders zijn thuis in de school van hun kinderen, tot grote onvrede van Zuhal Demir, die mondig weerwerk krijgt van Turkse ouders (De Standaard, 4/06/2018, p.6 en 32). Gent gaf in 2014 opdracht om praktijktesten uit te voeren – iets wat allerlei lobbygroepen vermaledijden – om discriminatie op de huurmarkt te meten en tegen te gaan (Pieter-Paul Verhaeghe, 2017, p. 93-103).

Het Volkshuis in Brussel in Art Nouveau stijl van de bekende architect Victor Horta werd gesloopt in 1965 maar toen in Gent begin de jaren tachtig het Feestlokaal Vooruit stond de verkommeren vroeg en kreeg een groep studenten vrijwilligers de toestemming om het gebouw te redden van de ondergang. Uiteindelijk werd het gerestaureerd en gered van het totale verval.

Het Feestlokaal Vooruit op 1 mei 1922 © Amsab – ISG

Op 14 december 1997 vond op burgerinitiatief een volksraadpleging plaats over de door het stadsbestuur geplande bouw van de zogenaamde Belfortparking in het centrum. 41,12% van de kiesgerechtigden daagde op en daarvan stemde 95% tegen de parking. De gemeenteraad had van tevoren besloten de uitslag als bindend te zullen beschouwen. Leefstraten zijn een Gentse uitvinding, daar komen ze vanuit het buitenland naar kijken. Lab van Troje startte ermee in 2013. De stoelen en tafels worden op straat gezet. Ruimtelijke knooppunten voor solidariteit.

Maar de Gentse Feesten zijn al lang niet meer de ontmoetingsplaats die ze ooit waren. De Gentse socioloog Pascal De Bruyne stak het niet onder stoelen of banken tijdens zijn toespraak voor de Feestendebatten in 2017:

“Gent kent een traditie van participatie van onderuit. Het waren de stadsactivisten in de jaren ‘70 en ’80 die de participatie afdwongen in het Patershol. Het Pandinistisch Verblijvingsfront, met figuren als Walter De Buck, Vuile Mong en Luc Emmerie enz anderen, zouden zorgen voor een kantelmoment over de vraag van wie de stad is. De “betonpoeper” Placide De Pape, burgemeester voor de toenmalige CVP Gent, werd onder vuur genomen voor zijn autoritaire stijl van beleid voeren. Een strijd voor het recht op wonen, werd ingezet vanuit het toenmalige karmelietenklooster, het toenmalige “Pand”, dat later in de jaren 2000 het provinciale Caemersklooster werd, en nu de quasi-private kunsthub van Fernand Huts is geworden. O mores, o tempora. De betoging die volgde na de uitzetting uit het Pand, bracht een goede 2000 mensen op de been voor het recht op de stad.”

Het is niet dat er geen problemen meer zijn in Gent, integendeel. Er zijn immense problemen. Een nieuw stadsbestuur kiezen is maar een deel van de oplossing, zelf in actie schieten en eisen dat het bestuur luistert naar de burger is het andere deel. Samen de stadsvernieuwing realiseren. Broeder Jacob slaapt gij nog? Het is tijd om op te staan.

Lees ook ‘Wat doet een ‘gated community’ in Gent, Heernis

Bronnen

Amin, A. (2002). Ethnicity and the multicultural city: living with diversity. Environment and planning, 34, 959-980.

Annemans, Lieven & Jellen T’Jaeckx (2018a), Belgische senioren zijn het gelukkigst, Generatie X hinkt achterop, Persdossier Eerste resultaten Nationaal Geluksonderzoek 2018, UGent

Annemans, Lieven & Jellen T’Jaeckx (2018b), Eenzaamheid verviervoudigt onze kansen om ongelukkig te zijn, Bijna de helft van de Belgen voelt zich eenzaam, Persdossier Resultaten Nationaal Geluksonderzoek 2018 over sociale relaties, Ugent.

Arundel, R.M.I. (2017), The end of mass homeownership? Housing career diversification and inequality in Europe, PhD thesis, Faculty of Social and Behavioural Sciences, Amsterdam Institute for Social Science Research.

Baumeister, Roy F., Twenge, Jean M., & Nuss, C. (2002). Effects of social exclusion on cognitive processes: Anticipated aloneness reduces intelligent thought. Journal of personality and Social Psychology, 83, 817-827.

Baumeister, Roy F., C. Nathan DeWall, Natalie J. Ciarocco, Jean M. Twenge (2005), ocial Exclusion Impairs Self-Regulation, Journal of Personality and Social Psychology, 2005, Vol. 88, No. 4, 589–604

Bertrand, Manon, Boeykens, X., Waerniers, R., Mertens, L., Geysmans, R., & Hustinx, L. (2017). De burger in de wijk: een exploratief onderzoek naar participatie van bewonersgroepen in de wijk Dampoort – Sint-Amandsberg en de relatie van deze bewonersgroepen tot Stad Gent, Vakgroep Sociologie, Universiteit Gent, Januari 2017

Coalitieakkoord groenlinks/d66/pvda/sp, (2018), Nieuwe Lente en een nieuw geluid.

Coenen, Ad, Bart Van de Putte, (2014), Is gentrificatie meetbaar?, Vakgroep Sociologie Universiteit Gent.

Coppens, T. (2011). Conflict and conflict management in strategic urban projects. Proefschrift. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, Departement Wetenschap en Technologie.

Debruyne, Pascal (2009), Citymarketing en Gent in 2020: tussen postindustriële innovatie, creatieve klassenstrategie en postpolitiek spektakel, Oikos 49, 2/2009.

Debruyne, Pascal (2017), Over de stad van de toekomst en de toekomst van de stad, Toespraak op de Gentse Feesten Debatten 20 juli 2017, Gent

De Rynck, F. & Dezeure, K. (2011), Participatie wordt ge(s)maakt, Steunpunt beleidsrelevant onderzoek 2007-2011, Bestuurlijke organisatie Vlaanderen.

DeWall et al. (2009), It’s the thought that counts: The role of hostile cognition in shaping aggressive responses to social exclusion.. Journal of Personality and Social Psychology, 2009; 96 (1): 45 DOI: 10.1037/a0013196.

Dewaele, Luc, Peter Van den Eede, Karen Vanderplaetse (2007), Kunstencentrum Vooruit 25 jaar, Gent, Kunstencentrum Vooruit.

Dispa, Marie-Françoise (2015), Uitsluiting en geestelijke gezondheid: de kip en het ei, Koning Boudewijnstichting, Brussel.

Engelen, Ewald, Sukhdev Johal, Angelo & Karel Williams (2014), How to build a fairer city, The Guardian, International edition.

Foa, R. S., & Mounk, Y. (2016). The danger of deconsolidation, Journal of Democracy, 27(3), 5-17.

Gorissen, Leen, Felix Spira, Erika Meynaerts, Pieter Valkering, Niki Frantzeskaki (2017), Moving towards systemic change? Investigating acceleration dynamics of urban sustainability transitions in the Belgian City of Genk, http://dx.doi.org/10.1016/j.jclepro.2016.12.052

Hawes, D. J., Zadro, L., Fink, E., Richardson, R., O’Moore, K., Griffiths, B., Dadds, M. R., & Williams, K. D. (2012). The effects of peer ostracism on children’s cognitive processes. The European Journal of Developmental Psychology, 9, 599-613, beschikbaar op https://www.researchgate.net/publication/241278021_The_effects_of_peer_ostracism_on_children’s_cognitive_processes

Hanson , Jamie L., Nicole Hair, Dinggang G. Shen, Feng Shi, John H. Gilmore, Barbara L. Wolfe, Seth D. Pollak (2013), Family Poverty Affects the Rate of Human Infant Brain Growth, Plos One, https://doi.org/10.1371/journal.pone.0080954

Heylen K. (2013), The distributional impact of housing subsidies in Flanders, International Journal of Housing Policy, vol.13 (1) , pp. 45-65.

Heylen, K. (2015), Grote woononderzoek 2013. Deel 2: Deelmarkten, woonkosten en betaalbaarheid, Leuven, Steunpunt Wonen, p. 15-18.

Interfederaal Gelijkekansencentrum (2014), Diversiteitsbarometer Huisvesting, Brussel, Interfederaal Gelijkekansencentrum.

Maly, Ico (2017), Superdiversiteit en hipsterificatie, Neoliberalisme, ongelijkheid en sociale mix in het Rabot te Gent, Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, DOI: 10.5553/TCC/221195072017007001004.

Marx, I. & L. Van Cant (2017) Belgium, or robust social concertation providing a buffer against growing inequality? Forthcoming in Daniel Vaughan-Whitehead (ed.), Reducing Inequalities in the World of Work, Edward Elgar, 2017.

NpdData (2018), Demografisch mei 68: begin ontvolking grote steden, pas na 3 decennia kwam einde aan deze ontvolking, BuG 388 – Bericht uit het Gewisse – 1 juni 2018.

Oosterlynck, S., Loopmans, M., Schuermans, N., Vandenabeele, J., & Zemni, S. (2016). Putting flesh to the bone: looking for solidarity in diversity, here and now, ETHNIC AND RACIAL STUDIES, 39(5), 764–782.

Pager, Devah (2016), Are Firms That Discriminate More Likely to Go Out of Business?, Sociological Science 3: 849-859.

Peck, Jamie (2005), Struggling with the Creative Class, International Journal of Urban and Regional Research, Volume 29.4 December 2005 740–770.

Renson, T. (2017). Volksvertegenwoordiging in de participatieve democratie : u zaagt, wij paaien? RES PUBLICA, 1, 91–102.

Ruming, K.J., K.J. Mee & P.M .McGuirk, (2004), Questioning the Rhetoric of Social Mix: Courteous Community or Hidden Hostility?, Australian Geographical Studies, University of Newcastle.

Samenlevingsopbouw Gent (2013), Special Stadsvernieuwing, Frank08 , Viermaandelijks tijdschrift Samenlevingsopbouw Gent.

Samenlevingsopbouw Gent (2014), Iedereen wint bij sociaal beleid, Frank09 , Viermaandelijks tijdschrift Samenlevingsopbouw Gent.

Stad Gent Eds (2010), 25 Jaar Freinet onderwijs in Gent, Departement Onderwijs en Opvoeding – Stad Gent & Freinetbeweging Nederland.

Steenssens, K. et al. (2016), Aanpassing van de leeflooncategorieën aan de hedendaagse samenlevings- en woonvormen. Een ‘mixed methodverbeteronderzoek’, Leuven, KULeuven, HIVA.

Steyaert, Renée (2006), Studie van de kraakbeweging. De kraakbeweging in Nederland en Vlaanderen vanuit legislatieve, historische en sociologische invalshoek, Scriptie ingediend tot het behalen van de academische graad van Burgerlijk Ingenieur-Architect optie: stedenbouw, Universiteit Gent.

Terrière, Lorenzo (2018), De Middenstad regeert het land, Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 29 tot 35.

Talhelm, T., Zhang, X., & Oishi, S. (2018). Moving chairs in Starbucks: Observational studies find rice-wheat cultural differences. Science Advances, 4, eaap8469.

Twenge, Jean, Roy F. Baumeister, Dianne M. Tice, Tanja S. Stucke (2001), If You Can’t Join Them, Beat Them: Effects of Social Exclusion on Aggressive Behavior, Journal of Personality and Social Psychology 2001. Vol. 81. No. 6. 1058-1069.

UNIA, Interfederaal Gelijkekansencentrum (2018), Diversiteitsbarometer Onderwijs, UNIA, Brussel.

Van Bouchaute, B. (2013). Gentrificatie als strategie van stadsvernieuwing? : Gentse stadsvernieuwing in de 19de-eeuwse gordel 2000-2012. Gent: Academia press.

Van Assche, Veerle (2001), Jeugdwerk met maatschappelijk achtergestelde jongeren, Gids sociaal-cultureel en educatief werk – jeugdwerk Afl. 30, juni 2001 – 97.

Vanrooy, Fotini (2012), Bewonersparticipatie bij stadsprojecten: een comparatieve casestudy, masterproef politieke wetenschappen, afstudeerrichting nationale politiek.

Verhaeghe, Pieter-Paul, Koen Van der Bracht & Bart Van de Putte (2012), Migrant zkt toekomst: Gent op een keerpunt tussen oude en nieuwe migratie, GARANT Uitgevers, Apeldoorn.

Verhaeghe, Pieter-Paul (2017), Liever Sandra dan Samira?, EPO vzw, Berchem.

Verstichele, Joy (2017), Er is een echte wooncrisis aan de gang, Apache

Vlerick, Elias en Georges Allaert (2006), Sociale Mix: Tussen Discours en Realiteit, Dissertatie master in de stedenbouw en de ruimtelijke planning.

Vohs, K.D., Baumeister, R.F., & Ciarocco, N.J. (2005), Self-Regulation and Self-Presentation: Regulatory Resource Depletion Impairs Impression Management and Effortful Self-Presentation Depletes Regulatory Resources, 2005, Journal of ersonality and Social Psychology, 88, 632-657.

Wilkinson, Richard G. & Kate E. Pickett (2017), The enemy between us: The psychological and social costs of inequality, European Journal of Social Psychology, Volume 47, Issue1, February 2017, Pages 11-24

Wilkinson, Richard & Kate Pickett (2018), The Inner Level. How More Equal Societies Reduce Stress, Restore Sanity and Improve Everyone’s Well-being, Pinguin Books, ISBN: 978-0-141-97540-5

Winters, Sien, Marja Elsinga, Marietta Haffner, Kristof Heylen, Katrien Tratsaert, Gelske Van Daalen, Benediekt Van Damme (2007), Op weg naar een nieuw Vlaams sociaal huurstelsel? Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement RWO – Woonbeleid.

i Leo Peeters naam leeft voort als de minister van die de fameuze omzendbrief-Peeters die het taalgebruik in de gemeenteraden regelt. Deze brief zorgt jaren later nog altijd voor heibel in de faciliteiten gemeenten. De idee dat socialisten niet bijgedragen hebben aan het Vlaams nationalisme mag je gerust in je zak steken.

ii Mogen we daarbij opmerken dat er maar een Silicon Valey is en dat als iedereen hetzelfde wil we terug een soort amorfe eenheidsworst krijgen.

iii Naar aanleiding van de hoge score die Gent behaalde op de ‘creative cities index’ titelt Het Nieuwsblad: “Onze ‘creatieve economie’ stelt meer dan 6.000 mensen te werk” (Het Nieuwsblad, 31/01/2012), geen idee waar ze het halen, maar dat cijfer is nogal teleurstellend op een totaal van 170.000 jobs in Gent – 3% in plaats van de 30% waar Florida naar verwijst in zijn boek “The rise of the creative class: and how it’s transforming work, leisure, community, and everyday life” (2002) – maar het cijfer is ook nergens verifieerbaar. In het rapport van Landry zelf vinden we het niet terug. En dat is een ander aspect van dit soort onderzoeken door charlatans als Landry, het is een promo praatje en niet meer dan dat.

iv Het manifest is vertaald in het Nederlands door ‘De Correspondent’, je vind er de vertaling in twee delen: deel 1 en deel 2.

 

Advertisements

Input:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.