Terug naar de basisfunctie van de stad: zorgen voor zijn bewoners

Oplossingen voor de wooncrisis in Gent werden alvast niet gevonden in het concept ‘creative cities’ van Richard Florida en Charles Landry. Met postkaart stadskernen en groene buurten wilden ze jong en creatief talent naar de stad lokken en zo de basis leggen van een nieuwe stedelijke economie. De idee dat stadsbesturen de globale economie in hun stad konden verankeren bleek echter een illusie. De rebelse Gentenaars moeten dringend hun recht op de stad terug opeisen. Ze moeten eisen dat het stadsbestuur terugkeert naar de oorspronkelijke functie van de stad: zorgen voor al zijn burgers. Een nieuw stadsbestuur kiezen is maar een deel van de oplossing, zelf in actie schieten en eisen dat het bestuur luistert naar de burger is het andere deel.

De neoliberale agenda van de ‘creative city’

En alhoewel Sas Van Rouveroy, Frank Beke en Daniël Termont, Beke’s opvolger, zichzelf graag ‘sociaal’ noemen passen ze naadloos in het rijtje van illustere neoliberale burgemeesters als Michael Bloomberg en Boris Jonhson. Net als de voormalige burgemeesters van New-York en Londen gaan ze voor ‘creative cities’. Het concept ‘creative cities’, waar Richard Florida en Charles Landry mee mee leurden, staat voor het aantrekken van creatief talent naar de steden. Deze zouden daar dan nieuwe technologieën uit de grond moeten stampen en zo de basis leggen van een nieuwe stedelijke economie. Om het gevecht voor al dat talent te winnen én in de stad te houden moesten deze city hoppers gemasseerd en gepamperd worden. Positief punt, aangezien talent geen kleur heeft, staat het concept ook voor verdraagzaamheid. In zijn verkooppraatje stelde Florida het voor als een sociale revolutie, terwijl zijn concept in feite perfect aansloot bij de neoliberale agenda van stadsvernieuwing (Jamie Peck, 2005, p. 740-741), waar duur en opzichtig consumentisme, iconische architectuur, postkaart stadskernen en groene buurten voor de hogere middenklasse de oorspronkelijke stadsbewoners verdringen.

 

Ook al is Gent vele maatjes kleiner dan Londen en New York, Landry wist daar een mouw aan te passen door Gent ‘a pocket sized metropolis‘ te noemen. Omwille van het smeer likt de kat de kandeleer. Als men de Dok Site vergelijkt met Canary Wharf in de oude docklands van Londen, beseft men pas hoe potsierlijk dit is. Gent zal nog in geen duizend jaar een financieel centrum worden, maar Gent scoort wel 64.41% op Lanry’s ‘creative cities index’. Het doet zelfs beter dan Bilbao, Freiburg, Canberra… Naar aanleiding van deze hoge score titelt Het Nieuwsblad: “Onze ‘creatieve economie’ stelt meer dan 6.000 mensen te werk”. Geen idee waar ze het halen, maar dat cijfer is nogal teleurstellend op een totaal van 170.000 jobs in Gent – 3% in plaats van de 30% waar Florida naar verwijst in zijn boek “The rise of the creative class: and how it’s transforming work, leisure, community, and everyday life” (2002) – maar het cijfer is ook nergens verifieerbaar. In het rapport van Landry zelf vinden we het niet terug. En dat is een ander aspect van dit soort onderzoeken door charlatans als Landry, het is een promo praatje en niet meer dan dat.

Vooral de projectontwikkelaars zullen blij geweest zijn met deze plotse promotie, zoals je kan zien op de site van de Flanders Ghent Development Group.

De natte droom van deze vastgoed ontwikkelaars wordt er gepromoot, zie “Gent snelst groeiende kantoorstad, Brussel uit de gratie”. We worden er schaamteloos uitgenodigd om lid te worden van MIPIM, ‘the world’s leading property market’ in Cannes. De grootste vastgoedmarkt wereldwijd, waar stadsoverheden en vastgoedontwikkelaars elkaar jaarlijks ontmoeten om zaken te doen. Waar burgemeester Daniël Termont naartoe vloog in het privévliegtuig van Jeroen Piqueur. Daar treden steden op de mondiale markt om deals te sluiten en om elkaar de loef af te steken. Dit is waar ze hun beste pak aantrekken om mee te drijven op de golven van de globale economie en waar ze de ziel van de stad verkopen. Burgemeesters als managers van de postindustriële mondiale economie? Gebakken lucht en grootheidswaanzin.

Als zelfs Umicore, een door en door Belgisch bedrijf, erfgenaam van het koloniale Union Minière, Nysa in Polen verkiest boven Antwerpen voor zijn nieuwe vestiging, waarom strooit men dan met de illusie dat steden invloed kunnen hebben op de mondiale economie? Het Kapitalisme is altijd al mobiel geweest en het heeft zich nooit bekommerd om de industriële woestijnen die het achterliet. Ironisch, maar ondertussen geeft Richard Florida zelf toe in zijn laatste boek ‘The New Urban Class’ (2017) dat zijn creatieve revolutie in de VS mislukt is, ze heeft enkel voor meer ongelijkheid gezorgd. Zie interview op National Public Radio.

Terug naar de basisfunctie van de stad: zorgen voor zijn bewoners

In hun manifest ‘How to build a fairer cityi roepen nuchtere sociaal geografen Ewald Engelen (Amsterdam), Sukhdev Johal (Londen), Angelo Salento (Apulia) en Karel Williams (Manchester) op om eindelijk eens op te houden met die concurrentie met andere steden en zich te gaan bezig houden met de basisfuncties van de stad. De droom van de ‘creative cities’ is een fantasme volgens hen:

“De beloften klonken de stadsbestuurders als muziek in de oren omdat herontwikkelingsprojecten altijd het vooruitzicht bieden van een gerevitaliseerde stedelijke economie, met meer banen in de dienstensector en meer belastinginkomsten, zodat de armen en kwetsbaren ervan kunnen profiteren.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

De armen zijn echter in de kou blijven staan. Het twijfelachtige succes van die politiek is een kleine toplaag ten goede gekomen en is niet doorgesijpeld naar de meerderheid van de burgers. De steden zijn er ook niet noodzakelijk financieel gezonder uitgekomen:

“De concurrentie om mobiel kapitaal heeft iedere stad die graag een wereldstad wil worden in een belastingparadijs veranderd, waardoor de reële en nominale belastingtarieven omlaag zijn gegaan en de mondiale rijkdom en inkomensongelijkheid zijn toegenomen.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

De winsten waren voor het kliekje van de projectontwikkelaars terwijl de kosten door de hele bevolking moesten worden gedragen. Het gevolg is de veronachtzaming en wanbeheer van wat Ewald Engelen en zijn collega’s de “fundamentele economie” noemen, de sfeer van de sociale productie van veel alledaagse goederen die belangrijk zijn voor het welzijn van iedere burger. Zie bijvoorbeeld de verwaarlozing van de sector sociale woningen; de verwaarlozing van infrastructuur zoals de tramsporen naar buitenwijk Moscou; de 17 gevaarlijke kruispunten voor fietsers in Gent die blijven slachtoffers eisen.

Tramsporen in Ledeberg, tram 4 naar wijk Mosou voor 2 jaar opgeschort

De producten van de “fundamentele economie” zijn niet onderhevig aan mondiale competitie: leefbaar wonen, gezonde lucht, groen, speelpleinen, distributienetwerken voor gas en elektriciteit, kabelbedrijven, wegeninfrastructuur, openbaar vervoer, de voedseldetailhandel en voedselverwerking, en sommige van oudsher door de staat geleverde diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen. Deze producten van de fundamentele economie bereikbaar maken voor alle burgers, dat is kernopdracht van elke stad. Zij besluiten:

“Ons betoog is eenvoudig. Als we eerlijkheid willen, moeten we ons richten op de fundamentele economie en deze activiteiten reorganiseren om ze steviger te verankeren. Daar is een nieuw soort beleid voor nodig dat is gebaseerd op het sociale deel van de economie. Een beleid dat een radicale breuk inhoudt met de operationele beginselen op grond waarvan uw lokale stadsbestuurders hebben gestreefd naar meer concurrentiekracht.” (Ewald Engelen et al., 2014, vertaald door Menno Grootveld)

Alle steden hebben min of meer gelijkaardige problemen als Gent. Ook de regionale en federale overheden schieten tekort. Maar in plaats van elkaar vliegen af te vangen zouden steden beter samenwerken, dan zouden ze kunnen front vormen tegenover de onverschilligheid en bureaucratische bevoogding van de Vlaamse en Federale regering, maar meer dan ooit gedijt politiek op polarisatie en wordt er niets of toch heel weinig opgelost. Uit de inleiding die Schepen Taeldeman gaf op een verkiezingsdebat op 20/06/2018 blijkt dat het blijft bij sleutelen in de marge. Het ontbreekt aan een concreet plan om de woningnood te lenigen. Behalve de hernieuwde belofte dat de stad streeft naar 20% sociale woningen. Een concreet plan voor de onmiddellijke toekomst heeft ‘fearless city’ Amsterdam wel (Coalitieakkoord groenlinks/d66/pvda/sp, 2018, p. 27-36). In Nederland voegen ze daar meteen het leesbaar budget bij voor de komende vijf jaar (Op. cit., p. 74-77). En dit is een ander zeer van het Gentse Bestuur, de stad publiceert budgetten op zijn website, honderden bladzijden zelfs, maar een voor de doorsnee burger begrijpelijke voorstelling van hoeveel naar wat gaat vind je niet.

Oplossingen voor de wooncrisis?

Het cohousing project Bijgaardehof is een samenwerking tussen burgers en de stad. Cohousing is goedkoper, het is een keuze voor solidariteit. Maar samenwonen is voor veel armen geen oplossing. Als uitkeringsgerechtigden kunnen ze immers niet samenwonen met wie ze willen zonder inkomensverlies te lijden. Mensen in armoede getuigen bovendien dat de regelgeving rond samenwonen hen verhindert in hun gewone relatie- en gezinsvorming. Bij een prille relatie kunnen ze er niet voor kiezen om, bij wijze van test, samen te gaan wonen zonder een deel van hun inkomen te verliezen. Het begint dus bij de aanpassing van een aantal bureaucratische regels die het wantrouwen in de burger weerspiegelen.

Oplossingen voor de wooncrisis komen nochtans dikwijls van burgerinitiatieven. Wonen op gemeenschapsgrond scheelt de helft van de prijs bij aankoop (CLT Gent). Een eerste project is opgestart in Meulestede-Muide. De eerlijkheid gebied ons te zeggen dat Brussel de pionier was in België om het principe van de Community Land Trust in daden om te zetten. CLT Brussel ontwikkelt op basis van Brusselse gewestelijke reglementering en financiering zeven projecten. In Brussel zijn er in totaal honderddertig woningen gepland en er volgen er meer. De Leuvense schepen van Wonen Mohamed Ridouani (SP.a) zegt ook na te denken over de bouw van vijfhonderd community-land-trust-woningen.

Granby Four Streets Community Land Trust in Liverpool

De budgetkoopwoningen, ontwikkeld door projectontwikkelaars in samenwerking met Sogent op de gronden van de stad zijn dan weer een slag in het water. De grote meerderheid ervan is veel te duur, terwijl net in het laagste marktsegment de nood het hoogst is. Schepen Taeldeman belooft wel dat budgetkoop meer en meer zal omgezet worden naar budgethuur. Of die belofte zal waargemaakt worden is afwachten. De stad doet wel iets, maar het is te weinig.

Woningcoöperaties zouden een oplossing kunnen zijn als ze zouden kunnen beroep doen op door de overheid gegarandeerde leningen over 50 jaar. De intercommunale IGEMO (Mechelen, Lier en randgemeenten) werkt in die richting. Dat het wel degelijk anders kan, daar zijn genoeg voorbeelden van in andere Europese landen.

Na de ineenstorting van het gemeentefonds met het failliet van Dexia lijkt kapitaal vinden voor coöperatieve projecten een probleem, maar dat hoeft het niet te zijn. Tussen 1995 en 2016 zijn de subsidies aan bedrijven gestegen van 1,5 procent van het bruto binnenlands product naar 3 procent. In 2016 ging er 14,4 miljard euro naar subsidies aan ondernemingen, zo blijkt uit het jaarverslag van de Nationale Bank. En dan is er nog de mogelijke shift van belastingen op loon naar meerwaardebelastingen op kapitaal.

En terwijl we aan dit essay aan het schrijven zijn snelt de realiteit ons voorbij. De prijzen van de huizen gaan razendsnel de hoogte in. Een telefonische rondvraag bij vastgoedkantoren komt uit op een budget van minimum 300.000 € voor de aankoop van een huis in Gent. De Standaard schrijft:

“Het aantal verkochte woningen in Gent steeg in 2017 met 6,7 procent. In Antwerpen bleef de stijging vorig jaar beperkt tot 1 procent, over het gehele land noteerden de notarissen een toename met 2,5 procent.”

Het kan bijna niet anders of de speculatie op de Gentse woningmarkt slaat toe. Sommige vastgoedkantoren geven dat ook met niet zoveel woorden toe. Wim Van Lancker onderzoeker aan het ‘Centre for Sociological Research’ KU Leuven pleit ervoor belasting te heffen op de meerwaarde bij verkoop van huizen. Hij stelt ook voor om verhuurders te belasten op de werkelijk ontvangen huur i.p.v. op het kadastraal inkomen. Het wordt hoog tijd voor de invoering van een vastgoedtaks op de meerwaarde bij verkoop van 50%. Het is de enige manier om aan deze bubbel in opbouw een halt toe te roepen en de financiering van de sociale woning sector mogelijk te maken. Door een verdubbeling van het aantal sociale woningen kan men de concurrentie op de huurmarkt herstellen en de huurprijzen in het laagste segment drukken. Terug naar betaalbaar wonen.

Waar is het recht op de stad gebleven?

De Gentse Feesten zijn heruit gevonden aan Sint Jacobs in de zomer van 1970 door een bende hippies en studenten. Aanvankelijk was de stad daar niet niet zo blij mee. In de beginjaren werden de optredens regelmatig stilgelegd door de politie. Toen het stadsbestuur zag dat het niet meer tegen te houden viel, sprong het mee op de kar. Commerçanten die er brood in zagen overspoelden de pleinen. En toen werd het een internationale toeristische attractie.

In 1985 werd de eerste Freinetschool opgestart in het basis onderwijs door de pedagogen Luc Heyerick en Armand De Meyer. In feite lag dat plan toen al zeven jaar stof te verzamelen, maar toen men zag dat de stadsscholen een na een leegliepen, kregen ze eindelijk de zegen. Freinet (1896-1966) ontwikkelde een pedagogie voor arbeiderskinderen. Kinderen leren om samen op democratische basis hun groep, klas en school te organiseren. Het zijn er intussen 12 en ook al 2 scholen in het secundair.

Al 21 jaar lang zetten de Gentse brugfiguren zich in om ouders van schoolgaande kinderen nauwer te betrekken bij de schoolwerking. Ouders zijn thuis in de school van hun kinderen, tot grote onvrede van Zuhal Demir, die mondig weerwerk krijgt van Turkse ouders. Gent gaf in 2014 opdracht om praktijktesten uit te voeren – iets wat allerlei lobbygroepen vermaledijden – om discriminatie op de huurmarkt te meten en tegen te gaan (Pieter-Paul Verhaeghe, 2017, p. 93-103).

Het Volkshuis in Brussel in Art Nouveau stijl van de bekende architect Victor Horta werd gesloopt in 1965 maar toen in Gent begin de jaren tachtig het Feestlokaal Vooruit stond de verkommeren vroeg en kreeg een groep studenten vrijwilligers de toestemming om het gebouw te redden van de ondergang. Uiteindelijk werd het gerestaureerd en gered van het totale verval.

Op 14 december 1997 vond op burgerinitiatief een volksraadpleging plaats over de door het stadsbestuur geplande bouw van de zogenaamde Belfortparking in het centrum. 41,12% van de kiesgerechtigden daagde op en daarvan stemde 95% tegen de parking. De gemeenteraad had van tevoren besloten de uitslag als bindend te zullen beschouwen. Leefstraten zijn een Gentse uitvinding, daar komen ze vanuit het buitenland naar kijken. Lab van Troje startte ermee in 2013. De stoelen en tafels worden op straat gezet. Ruimtelijke knooppunten voor solidariteit.

Leefstraat ergens in Gent

Maar de Gentse Feesten zijn al lang niet meer de ontmoetingsplaats die ze ooit waren. De Gentse socioloog Pascal De Bruyne stak het niet onder stoelen of banken tijdens zijn toespraak voor de Feestendebatten in 2017:

“Gent kent een traditie van participatie van onderuit. Het waren de stadsactivisten in de jaren ‘70 en ’80 die de participatie afdwongen in het Patershol. Het Pandinistisch Verblijvingsfront, met figuren als Walter De Buck, Vuile Mong en Luc Emmerie enz anderen, zouden zorgen voor een kantelmoment over de vraag van wie de stad is. De “betonpoeper” Placide De Pape, burgemeester voor de toenmalige CVP Gent, werd onder vuur genomen voor zijn autoritaire stijl van beleid voeren. Een strijd voor het recht op wonen, werd ingezet vanuit het toenmalige karmelietenklooster, het toenmalige “Pand”, dat later in de jaren 2000 het provinciale Caemersklooster werd, en nu de quasi-private kunsthub van Fernand Huts is geworden. O mores, o tempora. De betoging die volgde na de uitzetting uit het Pand, bracht een goede 2000 mensen op de been voor het recht op de stad.”

Het is niet dat er geen problemen meer zijn in Gent, integendeel. Er zijn immense problemen. Een nieuw stadsbestuur kiezen is maar een deel van de oplossing, zelf in actie schieten en eisen dat het bestuur luistert naar de burger is het andere deel. Samen de stadsvernieuwing realiseren. Broeder Jacob slaapt gij nog? Het is tijd om op te staan.

Wat vooraf ging: PPS zorgt in Gent niet voor betaalbare woningen

Bronnen

Amin, A. (2002). Ethnicity and the multicultural city: living with diversity. Environment and planning, 34, 959-980.

Coalitieakkoord groenlinks/d66/pvda/sp, (2018), Nieuwe Lente en een nieuw geluid.

Debruyne, Pascal (2009), Citymarketing en Gent in 2020: tussen postindustriële innovatie, creatieve klassenstrategie en postpolitiek spektakel, Oikos 49, 2/2009.

Debruyne, Pascal (2017), Over de stad van de toekomst en de toekomst van de stad, Toespraak op de Gentse Feesten Debatten 20 juli 2017, Gent

De Rynck, F. & Dezeure, K. (2011), Participatie wordt ge(s)maakt, Steunpunt beleidsrelevant onderzoek 2007-2011, Bestuurlijke organisatie Vlaanderen

Dewaele, Luc, Peter Van den Eede, Karen Vanderplaetse (2007), Kunstencentrum Vooruit 25 jaar, Gent, Kunstencentrum Vooruit

Engelen, Ewald, Sukhdev Johal, Angelo & Karel Williams (2014), How to build a fairer city, The Guardian, International edition.

Foa, R. S., & Mounk, Y. (2016). The danger of deconsolidation, Journal of Democracy, 27(3), 5-17.

Gorissen, Leen, Felix Spira, Erika Meynaerts, Pieter Valkering, Niki Frantzeskaki (2017), Moving towards systemic change? Investigating acceleration dynamics of urban sustainability transitions in the Belgian City of Genk, http://dx.doi.org/10.1016/j.jclepro.2016.12.052

Maly, Ico (2017), Superdiversiteit en hipsterificatie, Neoliberalisme, ongelijkheid en sociale mix in het Rabot te Gent, Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, DOI: 10.5553/TCC/221195072017007001004.

Peck, Jamie (2005), Struggling with the Creative Class, International Journal of Urban and Regional Research, Volume 29.4 December 2005 740–770

Renson, T. (2017). Volksvertegenwoordiging in de participatieve democratie : u zaagt, wij paaien? RES PUBLICA, 1, 91–102.

Ruming, K.J., K.J. Mee & P.M .McGuirk, (2004), Questioning the Rhetoric of Social Mix: Courteous Community or Hidden Hostility?, Australian Geographical Studies, University of Newcastle.

Stad Gent Eds (2010), 25 Jaar Freinet onderwijs in Gent, Departement Onderwijs en Opvoeding – Stad Gent & Freinetbeweging Nederland.

Terrière, Lorenzo (2018), De Middenstad regeert het land, Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 6 (juni), pagina 29 tot 35

Verhaeghe, Pieter-Paul, Koen Van der Bracht & Bart Van de Putte (2012), Migrant zkt toekomst: Gent op een keerpunt tussen oude en nieuwe migratie, GARANT Uitgevers, Apeldoorn

Verhaeghe, Pieter-Paul (2017), Liever Sandra dan Samira?, EPO vzw, Berchem.

i Het manifest is vertaald in het Nederlands door ‘De Correspondent’, je vind er de vertaling in twee delen: deel 1 en deel 2.

Advertisements

Input:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.