Celibaat en Huwelijksmoraal van de Katholieke Kerk of hoe hebzucht tot haar afgang leidde

Als je aan een lang project werkt en je niet kan publiceren voor je eerste vijftig pagina’s af zijn, als dat iets is wat je jezelf hebt opgelegd, is een zijsprong altijd welkom om stoom af te blazen. De vorige zijsprong, 4 maand geleden, was er een naar aanleiding van een discussie met een Haagse vriend over de waarde van P2P. Ik heb me toen flink laten gaan om alle twijfels weg te nemen. Je wil niet dat je vrienden het verkeerde pad opgaan.

Nu is de aanleiding een dispuut met een Kroatische vriend. Daarvoor heb je vrienden, om het oneens te zijn in 5% van de gevallen terwijl je het voor de rest roerend eens bent. Die 5% is wel belangrijk. Het voorkomt dat je vastroest, dat je je niet opsluit in je eigen bubbel van het grote gelijk. Hoe het allemaal precies in zijn haak zat, is privé. De aanleiding was een wetenschappelijk onderzoek naar de huwelijksmoraal van de katholieke kerk in de middeleeuwen en dat is publiek. Hij twijfelde – onder invloed van iets wat hij gelezen had op Facebook – aan de waarde van dat onderzoek. Ik niet. Ik vond het steengoed.

Hij weet dat ik er kritiek op heb dat hij nog altijd op FB zit, maar in zijn geval is het te begrijpen, het is een van de kanalen waarlangs hij nog contacten heeft met het moederland. Maar je ziet maar, wetenschappelijke kritiek via FB, je kan het niet gekker bedenken. Bon we waren er nogal snel uit, dispuut opgelost, maar toen begon het te kriebelen. Een stemmetje fluisterde in mijn oor. Schrijf er eens iets over. Laat die broekjes een poepje ruiken. Nu het probleem was dat het geen broekjes waren, maar gerespecteerde Vlaamse historici, waar ik het voor de rest toch ook 80% mee eens ben. Dus ga ik ze niet noemen wel even citeren waar ze de mist ingingen:

“Dit soort belachelijke, onnozele, monocausale, ahistorische pseudowetenschap, bovendien fundamenteel teleologisch en eurocentrisch van aard, haalt dan ‘Science’, en daarna nog de massamedia. Het zoveelste bewijs dat ‘peer review’ niet altijd werkt…”

En daaronder een link naar een artikel in De Standaard dat verwees naar een wetenschappelijk onderzoek, echter zonder aan te geven wie, wat of waar. Een zeer persoonlijke interpretatie van een journalist trouwens. Aangezien onze ijverige Vlaamse historicus geen link meegaf naar het het bewuste onderzoek, was zijn uitval niet controleerbaar. Zijn fans die op het bericht reageerden, hadden het in alle geval niet gelezen, want die reacties raakten kant nog wal. Iemand had het over Big Data, terwijl het soort statistiek dat erin gebruik wordt krak dezelfde is als deze die Richard Wilkinson en Kate Picket gebruiken in The Spirit Level. Niks Big Data dus.

Alvast eerst de link naar het eigenlijke onderzoek:

The Church, intensive kinship, and global psychological variation. Onderzoekers van drie verschillende universiteiten:

Jonathan F. Schulz: Department of Economics, George Mason University, Fairfax, USA

Duman Bahrami-Rad: Department of Human Evolutionary Biology, Harvard University, Cambridge, USA

Jonathan P. Beauchamp: Canadian Institute for Advanced Research, Toronto, Ontario, Canada.

Ook geen broekjes. Monocausaal? Totaal niet. Aan de oorzakelijke kant hebben ze het over een huwelijksmoraal die ingaat tegen de typisch agrarische clanmentaliteit die een divers netwerk van niet-verwanten mogelijk maakt. Aan de kant van de gevolgen hebben ze het over individualisme en prosociaal gedrag ook tegenover niet verwanten.

In tegenstelling tot het Oost-Europese Christendom, de Orthodoxe Kerk, voerde de West-Europese Katholieke Kerk in de Middeleeuwen een politiek die tegen de clanvorming inging. Ze verbood huwelijken tussen aanverwanten in de tweede lijn. Neven en nichten waren taboe als huwelijkskandidaten. Dat was incest. En dat ging bij momenten tot in de 6de lijn, wat toch wel zwaar overdreven was.

“Early in the second millennium, the ban was stretched to encompass sixth cousins, including all affines. At the same time, the Church promoted marriage “by choice” (no arranged marriages) and often required newly married couples to set up independent households (neolocal residence). The Church also forced an end to many lineages by eliminating legal adoption, remarriage, and all forms of polygamous marriage, as well as concubinage, which meant that many lineages began literally dying out due to a lack of legitimate heirs.”

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat in gebieden die lang onder de invloed van deze huwelijksregels leefden de psychologie van de inwoners veranderde. Samenvattend:

“that the Western Church’s transformation of European kinship, by promoting small, nuclear households, weak family ties, and residential mobility, fostered greater individualism, less conformity, and more impersonal prosociality.”

Het gevolg was dus dat de mensen meer individualistisch werden, minder conformistisch en meer positief sociaal gedrag vertoonden tegenover niet-verwanten dan in de clan gemeenschappen. Of de Kerk dat effect beoogde is twijfelachtig. Dat ze de clans wilde opbreken, zeker. En dat die politiek voor gevolg had dat de kerk menig legaat kon incasseren toen een familiale lijn doodliep en niet door de clan werd opgeslorpt, zoals vroeger gebruikelijk, kwam hen ook goed uit.

 

Over de nobele bedoelingen van de Katholieke Kerk kan men terecht twijfelen omdat ze tezelfdertijd het celibaat voor priesters invoerde, wat dan weer als voordeel had dat de Kerkelijke bezittingen niet versnipperd geraakten en die van de clans wel. De macht van de Katholieke Kerk was alomtegenwoordig in de Middeleeuwen. Uiteindelijk is het de Katholieke Kerk slecht bekomen toen in de 16de eeuw het protestantisme de kop opstak. Dit soort opstand tegen de Kerk hebben de Orthodoxen nooit gekend. Zij waren nogal laks met strikte incestregels.

Het verworpen onderzoek was bovendien inter-disciplinair onderzoek van een econoom, bioloog en geneticus. Ik vermoed dat onze Vlaamse historici wel eens samen gaan pingpongen of squashen maar veel interdisciplinair onderzoek komt daar niet uit voort. Een beetje meer bescheidenheid zou hen sieren.

Wat je zou kunnen opmerken is dat de onderzoekers het niet in de historische context geplaatst hebben van de kerkelijke machtspolitiek door het priester celibaat te vermelden. Maar bij dergelijk omvangrijk onderzoek beperk je best jouw ambities. Bij dezen is dat rechtgezet. Overigens is het celibaat niet een typische levensregel van het katholieke christendom. Ook in andere religies en samenlevingen kwam en komt dit ideaal voor. De oudst bekende voorbeelden zijn de eunuchen, gecastreerde mannen die rond 2100 v.Chr. in Sumerië leefden. En uit het Romeinse Rijk kenden we de Vestaalse Maagden, die celibatair moesten leven. Ook in het boeddhisme kwam en komt de celibataire leefwijze veel voor onder monniken.

Wat mij bijzonder plezier deed was hun verwijzing naar de jagers-verzamelaars. De onderzoekers refereren naar de jagers-verzamelaars als prototype van een maatschappij die uitgestrekte relationele netwerken bevordert:

“For instance, among mobile hunter-gatherers, cultural evolution has responded to ecological risk by favoring “extensive” kin ties, which create sprawling relational networks that can be tapped when local disasters strike.”1

De huwelijksmoraal van de jagers-verzamelaars is te vergelijken met die van de Katholieke Kerk. Alhoewel hij nog stukken losser was, hij ging nog effectiever in tegen clanvorming. Samen leven en samen werken met niet verwanten was dan ook voor hen de normaalste zaak van de wereld. Dat blijkt ook uit de verschillende veldonderzoeken van antropologen2.

Om een en ander duidelijk te maken heb ik een verhelderende kaart en grafiek overgenomen.

Fig. 1 Church exposure and kinship intensity around the world.
(A) Exposure to the medieval Western (blue shading) and Eastern (green shading) Churches at the country level. The inset shows the Western Church exposure for regions within Europe based on the diffusion of bishoprics between 550 and 1500 CE (blue shading). The map delineates the boundaries of the Carolingian Empire (orange line) and the divide between Western and socialist Europe (pink line; after Churchill’s Iron Curtain speech). (B) The kinship intensity index (KII) for ethnolinguistic groups around the world.

 

Ik zou zeggen mensen, oordeel niet te vroeg, en zeker niet op basis van een verslag in de mainstream media. Lees het origineel. Ondertussen zijn er nog meer zijsprongen te maken, maar daarover ga ik het hebben met T. en D., face to face. Veel plezanter en minder werk.

Tussentijdse conclusie van mijn onderzoek naar de invloed van sociale media op ongelijkheid. Ook sommige Vlaamse linkse intellectuelen sluiten zich op in hun eigen bubbel op Facebook. En het eigenaardige is dat, als je ze aanschrijft om een van hun papers op te vragen die achter een paywall zitten, je soms niet eens antwoord krijgt. Ik correspondeer al meer dan twintig jaar met buitenlandse onderzoekers, van wie ik sommigen van haar nog pluimen ken. Zij mij zeker niet. Ik krijg altijd antwoord. Soms vraag ik me af, als de massa hier in Vlaanderen naar rechts opschuift, of dat ook niet te maken heeft met de hautaine houding van bepaalde linkse intellectuelen.

Vroeger kwamen we elkaar tegen op betogingen, nu heeft slactivisme het overgenomen. Alleen in de jeugd kunnen we nog geloven. Die schoppen de zelfgenoegzame zakken een geweten. Niet alleen ons huis staat in brand, ook dat van de gasten… Een volk erken je aan zijn openheid voor de ander!

Voetnoten

1Zie Jonathan F. Schulz et al., 2019,  p. 1 of 12.

2Zie Kirk Endicott & Karen Endicott, 2008 p. 47., Kim R. Hill et al., 2011 en Dyble et al., 2015.

One comment

  1. Josip Kir · November 17

    Bonjour Daniël, ‘excuse me for my French’, mais j’aimerais continuer en Français. En quelque sorte je comprends la réticence à l’étude de Jonathan F. Schulz et ses collègues. Du point de vue des Marxistes, c’est la production qui explique les relations dans la société. Marx avait exploré la manière dont s’organise la production de marchandises en régime capitaliste, mais comment le capitalisme reproduit-il la force de travail?
    La théorie de la reproduction sociale semble assez intimidante, mais les grands mots masquent ici une question relativement simple : si la production capitaliste est fondamentalement la production de marchandises, et que ce sont les travailleur.se.s qui produisent ces marchandises, qui produit les travailleur.se.s?
    Évidemment, c’est parce que notre travailleur.se a dîné, qu’iel a dormi dans un lit et qu’iel a eu accès à d’autres moyens semblables de régénérer sa capacité de travailler, qu’iel est capable de retourner au travail. Après sa longue journée de travail, a-t-elle dû faire une « deuxième journée » de cuisine pour elle et sa famille ? Devait-elle aller chercher son enfant et l’apaiser ? De telles questions débouchent vers un nouvel ensemble de problèmes. Mais mettons-les un instant de côté et cataloguons simplement les manières dont sa maison, sa place au sein de la famille, contribuent à régénérer sa capacité de travail.
    Il y a une autre dimension plus directe à la façon dont le/la travailleur.se est reproduit. La naissance ou la reproduction biologique remplacent une ancienne génération de travailleur.se.s et en reproduit une nouvelle. Il y a Marx, mais ne laissons pas oublier Darwin non plus.Voilà la faute des Marxistes, mais pas de Marx lui même. Il en a écrit dans ‘La Sainte Famille’.

Input:

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.