Over de volksverlakkerij van de marketing sociologie

De verloedering van de sociale wetenschappen met hersenloos onderzoek

Dagelijks stoten we op uitslagen van opinie onderzoeken in de media. Daar is heel wat mis mee. Een, met de uitslag van die enquête zijn we meestal niets en twee, de vragen die er gesteld worden hebben weinig of niets te maken met de dagelijkse sociale realiteit waarin we leven. Het een volgt natuurlijk uit het ander, antwoorden op vragen die niets te maken hebben met ons leven, daar kunnen we niet veel mee. C. Wright Mills noemde het ‘abstract empirisme’ en stelde het aan de kaak:

“Mijn opvatting van de sociale wetenschappen is niet de tegenwoordig geldende. Mijn opvatting staat lijnrecht tegenover die welke de sociale wetenschappen ziet als een stel bureaucratische technieken die het sociaal onderzoek belemmeren door: ‘methodologische’ pretenties, die maken dat het werk wordt opgehouden voor onbenulligheden…”1

Daartegenover stelt hij dat de sociale wetenschappen de sociologische verbeeldingskracht van de burgers moeten stofferen. Kort samengevat: de sociologische verbeelding is het inzicht om persoonlijke problemen te verbinden – dingen die misschien misgaan in je leven, of die wat strijd of negativiteit veroorzaken, – met sociale kwesties, openbare kwesties of sociale structuren. De verbeelding om dingen terug te voeren naar hun grondoorzaken en er rekening mee te houden dat wat er met je gebeurt, je eigen leven, je eigen biografie, ook wordt gevormd door, geworteld is in, plaatsvindt in, en zijn beperkingen en eventuele vrijheden krijgt van de huidige tijd en het traject van geschiedenis, samenleving, cultuur en de grotere politieke, economische en ecologische context.2 Laten we dat illustreren met enkele voorbeelden.

Read More

Celibaat en Huwelijksmoraal van de Katholieke Kerk of hoe hebzucht tot haar afgang leidde

Als je aan een lang project werkt en je niet kan publiceren voor je eerste vijftig pagina’s af zijn, als dat iets is wat je jezelf hebt opgelegd, is een zijsprong altijd welkom om stoom af te blazen. De vorige zijsprong, 4 maand geleden, was er een naar aanleiding van een discussie met een Haagse vriend over de waarde van P2P. Ik heb me toen flink laten gaan om alle twijfels weg te nemen. Je wil niet dat je vrienden het verkeerde pad opgaan.

Nu is de aanleiding een dispuut met een Kroatische vriend. Daarvoor heb je vrienden, om het oneens te zijn in 5% van de gevallen terwijl je het voor de rest roerend eens bent. Die 5% is wel belangrijk. Het voorkomt dat je vastroest, dat je je niet opsluit in je eigen bubbel van het grote gelijk. Hoe het allemaal precies in zijn haak zat, is privé. De aanleiding was een wetenschappelijk onderzoek naar de huwelijksmoraal van de katholieke kerk in de middeleeuwen en dat is publiek. Hij twijfelde – onder invloed van iets wat hij gelezen had op Facebook – aan de waarde van dat onderzoek. Ik niet. Ik vond het steengoed.

Hij weet dat ik er kritiek op heb dat hij nog altijd op FB zit, maar in zijn geval is het te begrijpen, het is een van de kanalen waarlangs hij nog contacten heeft met het moederland. Maar je ziet maar, wetenschappelijke kritiek via FB, je kan het niet gekker bedenken. Bon we waren er nogal snel uit, dispuut opgelost, maar toen begon het te kriebelen. Een stemmetje fluisterde in mijn oor. Schrijf er eens iets over. Laat die broekjes een poepje ruiken. Nu het probleem was dat het geen broekjes waren, maar gerespecteerde Vlaamse historici, waar ik het voor de rest toch ook 80% mee eens ben. Dus ga ik ze niet noemen wel even citeren waar ze de mist ingingen:

“Dit soort belachelijke, onnozele, monocausale, ahistorische pseudowetenschap, bovendien fundamenteel teleologisch en eurocentrisch van aard, haalt dan ‘Science’, en daarna nog de massamedia. Het zoveelste bewijs dat ‘peer review’ niet altijd werkt…”

En daaronder een link naar een artikel in De Standaard dat verwees naar een wetenschappelijk onderzoek, echter zonder aan te geven wie, wat of waar. Een zeer persoonlijke interpretatie van een journalist trouwens. Aangezien onze ijverige Vlaamse historicus geen link meegaf naar het het bewuste onderzoek, was zijn uitval niet controleerbaar. Zijn fans die op het bericht reageerden, hadden het in alle geval niet gelezen, want die reacties raakten kant nog wal. Iemand had het over Big Data, terwijl het soort statistiek dat erin gebruik wordt krak dezelfde is als deze die Richard Wilkinson en Kate Picket gebruiken in The Spirit Level. Niks Big Data dus.

Alvast eerst de link naar het eigenlijke onderzoek:

The Church, intensive kinship, and global psychological variation. Onderzoekers van drie verschillende universiteiten:

Jonathan F. Schulz: Department of Economics, George Mason University, Fairfax, USA

Duman Bahrami-Rad: Department of Human Evolutionary Biology, Harvard University, Cambridge, USA

Jonathan P. Beauchamp: Canadian Institute for Advanced Research, Toronto, Ontario, Canada.

Ook geen broekjes. Monocausaal? Totaal niet. Aan de oorzakelijke kant hebben ze het over een huwelijksmoraal die ingaat tegen de typisch agrarische clanmentaliteit die een divers netwerk van niet-verwanten mogelijk maakt. Aan de kant van de gevolgen hebben ze het over individualisme en prosociaal gedrag ook tegenover niet verwanten.

In tegenstelling tot het Oost-Europese Christendom, de Orthodoxe Kerk, voerde de West-Europese Katholieke Kerk in de Middeleeuwen een politiek die tegen de clanvorming inging. Ze verbood huwelijken tussen aanverwanten in de tweede lijn. Neven en nichten waren taboe als huwelijkskandidaten. Dat was incest. En dat ging bij momenten tot in de 6de lijn, wat toch wel zwaar overdreven was.

“Early in the second millennium, the ban was stretched to encompass sixth cousins, including all affines. At the same time, the Church promoted marriage “by choice” (no arranged marriages) and often required newly married couples to set up independent households (neolocal residence). The Church also forced an end to many lineages by eliminating legal adoption, remarriage, and all forms of polygamous marriage, as well as concubinage, which meant that many lineages began literally dying out due to a lack of legitimate heirs.”

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat in gebieden die lang onder de invloed van deze huwelijksregels leefden de psychologie van de inwoners veranderde. Samenvattend:

“that the Western Church’s transformation of European kinship, by promoting small, nuclear households, weak family ties, and residential mobility, fostered greater individualism, less conformity, and more impersonal prosociality.”

Het gevolg was dus dat de mensen meer individualistisch werden, minder conformistisch en meer positief sociaal gedrag vertoonden tegenover niet-verwanten dan in de clan gemeenschappen. Of de Kerk dat effect beoogde is twijfelachtig. Dat ze de clans wilde opbreken, zeker. En dat die politiek voor gevolg had dat de kerk menig legaat kon incasseren toen een familiale lijn doodliep en niet door de clan werd opgeslorpt, zoals vroeger gebruikelijk, kwam hen ook goed uit.

 

Over de nobele bedoelingen van de Katholieke Kerk kan men terecht twijfelen omdat ze tezelfdertijd het celibaat voor priesters invoerde, wat dan weer als voordeel had dat de Kerkelijke bezittingen niet versnipperd geraakten en die van de clans wel. De macht van de Katholieke Kerk was alomtegenwoordig in de Middeleeuwen. Uiteindelijk is het de Katholieke Kerk slecht bekomen toen in de 16de eeuw het protestantisme de kop opstak. Dit soort opstand tegen de Kerk hebben de Orthodoxen nooit gekend. Zij waren nogal laks met strikte incestregels.

Het verworpen onderzoek was bovendien inter-disciplinair onderzoek van een econoom, bioloog en geneticus. Ik vermoed dat onze Vlaamse historici wel eens samen gaan pingpongen of squashen maar veel interdisciplinair onderzoek komt daar niet uit voort. Een beetje meer bescheidenheid zou hen sieren.

Wat je zou kunnen opmerken is dat de onderzoekers het niet in de historische context geplaatst hebben van de kerkelijke machtspolitiek door het priester celibaat te vermelden. Maar bij dergelijk omvangrijk onderzoek beperk je best jouw ambities. Bij dezen is dat rechtgezet. Overigens is het celibaat niet een typische levensregel van het katholieke christendom. Ook in andere religies en samenlevingen kwam en komt dit ideaal voor. De oudst bekende voorbeelden zijn de eunuchen, gecastreerde mannen die rond 2100 v.Chr. in Sumerië leefden. En uit het Romeinse Rijk kenden we de Vestaalse Maagden, die celibatair moesten leven. Ook in het boeddhisme kwam en komt de celibataire leefwijze veel voor onder monniken.

Wat mij bijzonder plezier deed was hun verwijzing naar de jagers-verzamelaars. De onderzoekers refereren naar de jagers-verzamelaars als prototype van een maatschappij die uitgestrekte relationele netwerken bevordert:

“For instance, among mobile hunter-gatherers, cultural evolution has responded to ecological risk by favoring “extensive” kin ties, which create sprawling relational networks that can be tapped when local disasters strike.”1

De huwelijksmoraal van de jagers-verzamelaars is te vergelijken met die van de Katholieke Kerk. Alhoewel hij nog stukken losser was, hij ging nog effectiever in tegen clanvorming. Samen leven en samen werken met niet verwanten was dan ook voor hen de normaalste zaak van de wereld. Dat blijkt ook uit de verschillende veldonderzoeken van antropologen2.

Om een en ander duidelijk te maken heb ik een verhelderende kaart en grafiek overgenomen.

Fig. 1 Church exposure and kinship intensity around the world.
(A) Exposure to the medieval Western (blue shading) and Eastern (green shading) Churches at the country level. The inset shows the Western Church exposure for regions within Europe based on the diffusion of bishoprics between 550 and 1500 CE (blue shading). The map delineates the boundaries of the Carolingian Empire (orange line) and the divide between Western and socialist Europe (pink line; after Churchill’s Iron Curtain speech). (B) The kinship intensity index (KII) for ethnolinguistic groups around the world.

 

Ik zou zeggen mensen, oordeel niet te vroeg, en zeker niet op basis van een verslag in de mainstream media. Lees het origineel. Ondertussen zijn er nog meer zijsprongen te maken, maar daarover ga ik het hebben met T. en D., face to face. Veel plezanter en minder werk.

Tussentijdse conclusie van mijn onderzoek naar de invloed van sociale media op ongelijkheid. Ook sommige Vlaamse linkse intellectuelen sluiten zich op in hun eigen bubbel op Facebook. En het eigenaardige is dat, als je ze aanschrijft om een van hun papers op te vragen die achter een paywall zitten, je soms niet eens antwoord krijgt. Ik correspondeer al meer dan twintig jaar met buitenlandse onderzoekers, van wie ik sommigen van haar nog pluimen ken. Zij mij zeker niet. Ik krijg altijd antwoord. Soms vraag ik me af, als de massa hier in Vlaanderen naar rechts opschuift, of dat ook niet te maken heeft met de hautaine houding van bepaalde linkse intellectuelen.

Vroeger kwamen we elkaar tegen op betogingen, nu heeft slactivisme het overgenomen. Alleen in de jeugd kunnen we nog geloven. Die schoppen de zelfgenoegzame zakken een geweten. Niet alleen ons huis staat in brand, ook dat van de gasten… Een volk erken je aan zijn openheid voor de ander!

Voetnoten

1Zie Jonathan F. Schulz et al., 2019,  p. 1 of 12.

2Zie Kirk Endicott & Karen Endicott, 2008 p. 47., Kim R. Hill et al., 2011 en Dyble et al., 2015.

Review of “Peer to Peer: The Commons Manifesto” of Michel Bauwens

In an unprecedented way Michel Bauwens hijacks the commons. While the commons practiced deliberative and participative democracy in the high middle ages, that weakened from the 16th century, we do not find any defense of alternatives for our faltering representative democracy in “Peer to Peer: The Commons Manifesto” of Michel Bauwens. No mentioning of the most recent experiments in deliberative democracy defended by David Van Reybroeck, applied in Ireland and Iceland. The “citizens’ assemblies” as proposed by Marcin Gerwin and adhered by Extinction Rebellion or “Red de Democratie” of Manu Claeys for the moderates do not figure in his picture of the future. P2P dominates his discourse.

One thing that strikes you when you start reading, is vagueness. Expressions as: “philosophers like Albert the Great and Thomas Aquinas”, “approach is related to the theorization of ‘revolutionary reforms’ by Andre Gorz”, “The State (capitalized) in the Hegelian notion is the guarantor of the common good”… He also refers to some authors that excel in vagueness themselves: David Boillier, De Angelis, Hardt and Negri and Hegel of course, the philosopher of absolute idealism.

The wide spectrum of authors referenced surprises. Bauwens worked as a cybrarian, this might explain it, but there are to many extremes. Maybe the author wants to hook on as many readers as possible, a kind of eclectic universalism. Mentioning does not necessarily mean he backs the many points of view he presents, though it is suggested and for all he is not clear about it. Karl Marx for the leftist (who didn’t read him), the Dominicans Albertus Magnus and Thomas Aquinas for the Christian community, David Graeber for the anarchists, Schumpeter for the libertarians, Jeremy Rifkin for the utopians…

When Michel Bauwens refers to valuable research he mistreats the work of the researchers, cherry picking and stretching the meaning of concepts until they become meaningless.

He summarizes his entire program in four axioms:

“1. P2P is a type of social relations in human networks, where participants have maximum freedom to connect.

2. P2P is also a technological infrastructure that makes the generalization and scaling up of such relations possible.

3. P2P thus enables a new mode of production and property.

4. P2P creates the potential for a transition to an economy that can be generative towards people and nature.” (Michel Bauwens et al., 2019, p. 1)

In the first two axioms he puts the world upside down. In what sociological, psychological or communication theory is P2P a type of “social relations” in human networks? Only in Bauwen’s brand new theory, there is no other one. P2P is just an internet protocol that can be used to exchange files and data, like email is a protocol to exchange messages, computer mediated communication. Using the P2P protocol to exchange files you do not need to have any relation with nobody, just pick a file out of the computer generated list and you have it. That is the depersonalisation effect all kind of computer mediated communication has.

In point 2. he claims that P2P is also a technological infrastructure. It is not. Without internet there would not be P2P, Internet is the technological infrastructure that makes P2P possible. So we have two points with no meaning in the real world. Since point 3. and 4. are deducted from 1. and 2. The whole theory is pointless. It is not only pointless it also useless. The far most important argument which makes the “P2P turned into commons” exercise completely irrelevant is the need for f2f communication when building commons. Bauwens claims to rely on Ostroms theory of common pool resources and collective action, he just stretches it a little by making it open access. But talking about the empirical base of collective action Ostrom says:

“A behavioral commitment to theory grounded in empirically inquiry is essential to understand such basic questions as why face-to-face communication so consistently enhances cooperation in social dilemmas or how structural variables facilitate or impede effective collective action” (Elinor Ostrom, 1998, p.1)

(…)

“Yet, consistent, strong, and replicable findings are achieved when individuals are allowed to communicate face to face.” (Id. p. 6)

So computer mediated communication does not support building commons, only f2f communication. You can not build trust by computer mediated communiction, because you can not solve ambiguity without f2f communication (Daniël Verhoeven, 2006).

Formal model for rational choice theory of collective action, proposed by Elinor Ostrom (Elinor Ostrom, 1998, p. 15),.Copyright American Political Science Review, Copy for educational purposes only.

Read More

Ging IVAGO met de Stasi in zee in Gent?

English version

Hoplr trok onze aandacht op 17 September 2017 toen Sami Sougir, toen nog de fractieleider van de VLD, nu vleugeladjudant van Gentse burgemeester Mathias De Clercq, Daniël Termont interpelleerde in de gemeenteraad.  Er waren pamfletten gebust in elk huis in elke straat van de stad. We herinneren ons allemaal ‘Google Street View’, toen speurende camera’s onze buurten binnendrongen. Zo grof dringt Hoplr niet binnen in de privacy van onze buurten, het vraagt ons enkel dat zelf te doen, vrijwillig… ‘Spoiler alert’: meer hierover later.

Citaat van Sami:

“De afgelopen weken en maanden kregen heel wat Gentenaars een brief in de bus om zich te registreren voor Hoplr, een privaat sociaal netwerk voor je buurt dat focust op sociale interactie tussen inwoners en het engagement in de buurt.

Bewoners kunnen er spullen of diensten uitwisselen, initiatieven lanceren, evenementen aankondigen, meldingen doen of gewoon elkaar beter leren kennen. Daarnaast laat Hoplr toe meldingen van de stad, politie, brandweer… te ontvangen. In de uitnodiging staat alvast te lezen: “In samenwerking met IVAGO”.”

Sami wou ook nog weten of er al overleg was geweest met Hoplr over samenwerking en:

“Zullen ook andere stadsdiensten gebruik maken van Hoplr om aankondigen te doen of om te monitoren wat leeft in de wijken? Bijvoorbeeld de wijkregisseurs van de Dienst Beleidsparticipatie of de buurtinspecteurs.”

Het antwoord van Termont is zeer gedetailleerd, via deze link kan je het zelf lezen, toch wil ik de aandacht vestigen op puntje 3 waar Hopr intussen zelf zedelijk over zwijgt:

“de aankoop van anonieme statistische informatie over de interacties die plaatsvinden, de gespreksonderwerpen die veel worden gebruikt, enzovoort.”

Ongeveer drie weken later lezen we in De Morgen over een totaal ander voorstel van een non profit ontwerper Indienet over een implementatie van Indieweb in Gent. Deze technologie maakt het mogelijk dat iedereen eigenaar blijft van wat hij/zij op het internet plaatst, altijd de controle bewaart over de zijn/haar ‘content’ en deze uitwisselbaar is met andere gebruikte internet diensten. De krant vond dit belangrijk genoeg om er twee artikels aan te weiden op dezelfde dag: “Gent wil burgers eigen stukje internet geven” (De Morgen, 9/10/2017) en “Surfen zonder uitgemolken te worden is een mensenrecht” (De Morgen, 9/10/201)1. Read More

Terug naar de basisfunctie van de stad: zorgen voor zijn bewoners

Oplossingen voor de wooncrisis in Gent werden alvast niet gevonden in het concept ‘creative cities’ van Richard Florida en Charles Landry. Met postkaart stadskernen en groene buurten wilden ze jong en creatief talent naar de stad lokken en zo de basis leggen van een nieuwe stedelijke economie. De idee dat stadsbesturen de globale economie in hun stad konden verankeren bleek echter een illusie. De rebelse Gentenaars moeten dringend hun recht op de stad terug opeisen. Ze moeten eisen dat het stadsbestuur terugkeert naar de oorspronkelijke functie van de stad: zorgen voor al zijn burgers. Een nieuw stadsbestuur kiezen is maar een deel van de oplossing, zelf in actie schieten en eisen dat het bestuur luistert naar de burger is het andere deel. Read More

PPS zorgt in Gent niet voor betaalbare woningen

Op het einde van de 19de eeuw wou de Katholieke partij kost wat kost de groei van het stedelijk proletariaat stoppen. Ze propageerde daarom privé eigendom en stadsvlucht. De socialisten daarentegen ondersteunden dat proletariaat met coöperaties. Ze organiseerden de bouw van tuinwijken met collectieve voorzieningen. Maar vanaf de jaren 70 begon de stad leeg te lopen en stonden de arbeiderswijken te verkrotten. De krotten zijn intussen opgeruimd, maar het tweeslachtig woonbeleid hield stand en zorgde in de 21ste eeuw voor een nieuwe wooncrisis. De paarse stadsontwikkeling in Gent bedoeld om tweeverdieners uit de middenklasse naar de stad te lokken, verbant uiteindelijk ook een belangrijk deel van die middenklasse uit de stad. De huidige generatie politici is in de val getrapt van Publiek Private Samenwerking, die wel gezorgd heeft voor een verfraaiing van de stad maar niet voor betaalbare woningen. Read More

De vicieuze cirkels van woonarmoede in Gent

Gent het linkse eiland in conservatief Vlaanderen volgens Daniël Termont. Maar hoe links is Gent nog? In 2012 beloofde de coalitie van SP.a, Groen en VLD het aantal sociale woningen op 20% te brengen, het zijn er vandaag zelfs minder dan de 12% die er al waren. Bovendien zijn twee derden in slechte staat, een derde moet zelfs dringend hersteld worden. Een huis kopen of huren is intussen ook voor velen onbetaalbaar geworden. Zo werkt het verder aanslepend tekort aan sociale woningen de verpaupering in de hand. Read More